Artikel

Wolven gezien

Eerste wilde wolven terug in Nederland


Heel langzaam ontstaan er in Nederland kansen op een (natuurlijke) terugkeer van soms zeer lang geleden verdwenen grotere soorten. Zo is de wilde kat weer waargenomen, heeft een paartje kraanvogels zich in een moerasbos in Friesland gevestigd en jongen voortgebracht en vliegen er weer regelmatig gieren over ons land, zij het dat deze laatsten nog onverrichter zake retour moeten, omdat het land daar beneden voor hen nog niet helemaal op orde is.



Tekst en foto's: Ruud Lardinois


Ook de teruggekeerde zeearend in de Oostvaardersplassen trok op zijn broedpaal veel publieke aandacht. Saillant detail: één van de bovengenoemde gieren stierf juist in de Oostvaardersplassen een onnatuurlijke dood (zie kader). Sommige soorten zijn door de mens teruggebracht, vooral met het motief dat zij een belangrijke niet te missen ecologische rol in natuurlijke ecosystemen vervullen. Herstel van de natuur gaat dan ook overal in Europa samen met de herintroductie van die zo belangrijk geachte soorten, zoals bever, wisent, lynx, edelhert, paard, gier, grote trap, korhoen, auerhoen, enzovoort. En waarom zou de mens niet een poging wagen te herstellen wat hij eerder stukmaakte? Met de terugkomst van die ecologisch belangrijke sleutelsoorten zijn stappen gezet op weg naar zich meer natuurlijk ontwikkelende natuurgebieden. Hiermee kunnen natuurlijke processen opnieuw optreden, waarvan organismen profiteren en de interacties daartussen ook completer en vollediger verlopen, maar de gebieden zich vooral natuurlijker ontwikkelen.


Herstel wat je eerder stukmaakte
Herintroductie is een complexe zaak. Wanneer is een soort onmisbaar en is het terecht haar een ‘sleutelfunctie’ toe te kennen? Is het leefgebied nog wel geschikt voor het herbergen van zo’n soort? Kan een natuurlijke terugkeer redelijkerwijs verwacht worden en is het niet beter om daarop te wachten? Kan aan een wilde kat die relatief laag op de ecologische ladder staat een sleutelfunctie worden toegedicht? Dezelfde vraag zal voor het korhoen veel gemakkelijker te beantwoorden zijn. Toch is de laatste - officieel op de Hoge Veluwe en officieus in Noord-Brabant en op de Holterberg - uitgezet. We verheugen ons er op als dit gaat lukken. Het uitzetten van soorten gebeurt overigens spontaan op meerdere plaatsen in Nederland. Zo is de bij Nijmegen waargenomen wilde kat vrijwel zeker afkomstig van een particuliere verzameling. In die omgeving zijn naar onze gegevens meerdere dieren uitgezet. Helaas is daar slechts eenmaal een wilde kat vastgesteld. Waarmee aangenomen mag worden dat het leefgebied kennelijk (nog) niet geschikt is en geen dieren het hebben overleefd.


Spectaculair herstel komt van ver
Deze ontwikkeling naar stijgende kansen op natuurlijke terugkeer van verdwenen soorten is ook eerder in dit tijdschrift voorspeld. Die gunstige verwachting is vooral het gevolg van goede resultaten in het natuurbeheer in onze oosterse buurlanden. Betere en efficiëntere natuurbeschermingsmaatregelen, zoals herstel van leefgebieden (hoogwaardiger natuurbossen en de terugkeer van grootschalige hoogveensystemen) en natuurlijk de aanleg van ecologische verbindingen tussen deze natuurgebieden, gepaard aan herintroducties, alsmede de natuurlijke toestroom van dieren uit nog verder oostelijk gelegen landen, bewerkstelligden op grote schaal de terugkeer van grotere soorten als wolf, eland, lynx, zeearend en kraanvogel. De toeloop van wilde dieren uit het oosten is een historisch feit, zij het dat de grenspassage voor lopende dieren over het toenmalige IJzeren Gordijn erg moeilijk was. Bovendien werden de dieren die er desondanks in slaagden om deze harde grens te passeren meestal afgeschoten. Met de verbeterde nieuwe ecologische inzichten zijn vooral ook de zeer goede resultaten door middel van herintroducties te noemen, waarvan die met de lynx wel het meest opvallen. Kortom: wolf, eland, lynx, zeearend en kraanvogel leven alweer in onder meer Duitsland en in aantallen die tot voor kort slechts weinigen voor mogelijk hielden.


Profiteert Nederland?
Dankzij dit populatieherstel neemt ook de kans toe dat dieren ons land bereiken. Nederland is naar mijn mening echter nog lang niet zo ver ontwikkeld dat een natuurlijk herstel van deze soorten op enige functionele schaal is te verwachten. Nederland loopt - vergelijkbaar met de noodzakelijke energietransitie - ver achter op bijvoorbeeld Duitsland met de uitvoering van een samenhangend natuurbeleid. Het natuurecologisch belang wordt in ons land bovendien lang niet altijd op waarde geschat, zoals weer blijkt uit het stuntelige en bedenkelijke beleid inzake de wilde zwijnen op de Veluwe. Niet alléén op de Veluwe overigens, want in alle oostelijke provincies worden jaarlijks structureel wilde dieren die de grens passeren afgeschoten. Vooral wilde zwijnen, maar ook edelherten. Dergelijk (overheids)beleid verloopt langs vaststaande procedures waarmee vooraf aangestelde ambtenaren zijn belast. Wild zwijn waargenomen? Eén telefoontje en de geweren worden geladen.

Ook blijkt dat tal van ecologische verbindingen als corridors en ecoducten eenvoudig ontoegankelijk worden gemaakt voor bijvoorbeeld wilde zwijnen. Het boerenbelang en de mogelijke ‘schade’ is voldoende om ervoor te zorgen dat deze in de huidige Nederlandse omstandigheden een van de belangrijkste sleutelsoorten niet meer mag meedoen. Wist u dat voor ‘schade’ door meesjes al 150.000 euro jaarlijks wordt uitgekeerd? Natuur is te vaak nog een probleem. En als het geen expliciet risico vormt voor de bedrijfsvoering van boeren, dan wordt het veiligheidsargument ingezet in het verkeer. In het geval van wilde zwijnen zijn dergelijke problemen echter relatief eenvoudig met schrikdraad en maximumsnelheden in het verkeer binnen redelijke perken te houden. Jammer, omdat het wild zwijn dynamiek brengt in natuurgebieden. Gebrek aan dynamiek is de laatste jaren één van de grote manco‘s in onze natuurgebieden waardoor er verlies aan biodiversiteit is opgetreden. Zo laten recente onderzoeksgegevens zien dat veel soorten, vooral ook veel typisch aan bossen gebonden plantensoorten, in de bossen zelf dreigen uit te sterven of reeds zijn verdwenen als bijvoorbeeld peperboompje, zevenster, rozenkransje, boskartelblad, liggend hertshooi, stofzaad, klein wintergroen, bosviooltje, kleine wolfsklauw, dennenwolfsklauw of valkruid. Het is verbazingwekkend dat de dieren die als lastig worden ervaren in een haast Pavlov-achtige reactie om het leven worden gebracht, terwijl ze juist ook zoveel voordelen kunnen opleveren. Denk hierbij ook aan de recreatieve waarde. De kip met de gouden eieren wordt echter niet herkend….


New Forest als model
Het wordt voor Nederlandse beleidsmakers tijd om eens een kijkje te nemen in bijvoorbeeld het Zuid-Engelse New Forest, waar al eeuwenlang wilde dieren en huisdieren als zwijnen, paarden en koeien zich gezamenlijk gewoon vrij kunnen bewegen in een grootschalig natuurgebied waarin ook mensen wonen. De mensen die er wonen, en heus óók daar verplaatsen ze zich in auto’s, hebben in New Forest met slechts zeer bescheiden beperkingen te maken en kunnen er zich in volle vrijheid bewegen. De beperkingen worden er nauwelijks als een bezwaar gezien, en je krijgt er immers ook heel veel voor terug! Er zijn feitelijk slechts twee beperkingen: een maximum snelheid en de zorg om eigen erf. In de natuurgebieden geldt op wegen een maximum snelheid van 60 km per uur, waarbij tevens de bestuurders op hun verantwoordelijkheid worden gewezen bij eventuele aanrijdingen. Gemiddeld zijn er jaarlijks 10 tot 12 aanrijdingen met grotere dieren. Door de relatief lage snelheden zijn er echter zelden ernstige ongelukken. Het New Forest-model lijkt voor Nederland direct toepasbaar en gemakkelijk realiseerbaar. Immers, nu al geldt op wegen in streken als Twente en de Achterhoek een maximum snelheid van 60 km. Verder wordt van grondeigenaren in New Forest verwacht dat ze hun terrein afschermen voor dieren indien ze deze daar niet wensen. Voor Nederland zou het New Forest-model een zinvolle vooruitgang betekenen. Bedenk dat deze vorm van landgebruik ook hier vele vele eeuwen heeft plaatsgevonden, waarschijnlijk al sinds de mens huisdieren hield. De eerste archeologische vondsten laten zien dat dat in Nederland al rond zevenduizend jaar geleden werd toegepast. De dieren toen graasden niet op biljartgroene lakens maar in bossen en moerassen. Later in de Middeleeuwen ontstond overal op de hogere gronden het coöperatieve systeem van malebossen en marken. Terreinen dus van gemeenschappelijk bezit waar de rechthebbende materiaal als hout, plagsel, strooisel, enzovoort oogstten, maar vooral hun dieren zoals varkens, schapen en runderen konden laten weiden. Feitelijk is dit systeem van gezamenlijk te gebruiken weidegronden in de natuur pas zeer recent door de Duitse uitvinding van het kunstmest gestopt. De eerste experimenten met kunstmest in het veld vonden in 1845 plaats. Functionele invoering in Nederland vond rond 1880 plaats. Sinds het Neolithicum tot de 19e eeuw graasden huisdieren in Nederland vooral in natuurgebieden.

In grote delen van ons land, en met name op de hogere gronden, zijn nog steeds de oude markestructuren te herkennen. In Drenthe en op de Veluwe tot op de dag van vandaag, terwijl ook een topgebied als de Meinweg, om maar een voorbeeld te noemen, direct is overgeleverd vanuit die oude gemeenschappelijke weidegronden. Naar mijn mening zou het New Forest-model met haar coöperatieve weidegronden in ecologisch opzicht maatgevend kunnen zijn voor de grote Nederlandse natuurgebieden. Het voornaamste probleem is dat onze Nederlandse natuurgebieden nog steeds onvoldoende met elkaar verbonden zijn. Overigens is het systeem van gemeenschappelijke weidegronden toch minstens zo beschermingswaardig cultuurgoed als een koetshuis met laan?


Eerste wolven terug in Nederland
Het zou te ver voeren om op deze plaats de ontwikkelingen van de terugkeer van de wolf in Duitsland te beschrijven. Die gaat terug tot direct na het wegvallen van de Oostblok-grenzen. De eerste zekere waarnemingen van wolven stammen dan ook al uit 1990. Er zijn nu in Duitsland meerdere afzonderlijke populaties die regelmatig jongen voortbrengen. Steeds vaker worden ook uitzwermende dieren waargenomen. Soms door (illegaal) afschot, soms door een overreden dier op een plek waar men de aanwezigheid ervan niet eens vermoedde. Langzaamaan worden steeds vaker dieren richting westen gesignaleerd. Net als de eland, lynx, wilde kat, kraanvogel en gieren weten zij die op reis gaan niet wat hen te wachten staat en of de nieuwe leefgebieden inderdaad wel geschikt zijn. En natuurlijk is dit vaak gewoon een proces van trial en error, want de natuur zelf is zeer ‘experimentierfreudig’. Vaak gaat het fout en loopt de onderneming op niets uit. Maar succes is er ook. Steenmarters waren tot voor kort zodanig zeldzaam dat gevreesd werd voor hun voortbestaan. Nu bewonen ze zelfs steden en hebben zich volkomen aangepast aan menselijke bebouwingen en zijn zeer talrijk. Soms kan men een ree waarnemen dat kilometers buiten de kust in open zee in de Noordzee of Waddenzee aan het zwemmen is. Niet bepaald het optimale habitat voor deze soort, althans volgens onze ecologische boekjes. Toch weten soorten zich zo verassend op nieuwe plekken te handhaven waarbij ze vaardigheden verwerven die hun nieuwe habitat vereist. Ook wolven in uitgestrekte wildernisgebieden bereiken zo plekken - bijvoorbeeld eilanden - die eeuwenlang niet door hen bewoond werden. Dus ook de wolven in Europa rukken op. Filmbeelden uit Roemenië en 35 jaar onderzoek in Italië tonen aan dat niet alleen steenmarters maar ook wolven in de buitenwijken van steden aan hun kostje kunnen komen. De vos is allang, vooral in Groot-Brittannië maar ook al in Nederland, een vaste bewoner van de buitenwijken en de scholekster nestelt al tientallen jaren op platte daken van garages en flatgebouwen.

Eind 2007 hoorden we van enkele in Nederland waargenomen wolven. Heel geheimzinnig allemaal, en de auteur dezes doet daar nu om voor de hand liggende redenen lekker aan mee. Omdat anders nooit meer een leuke melding zal worden gedaan, omdat het vertrouwen wordt geschaad. Zo eenvoudig is dat. Plaats, tijd, wie, wat, waar, het zal daarom allemaal onder ons blijven. Na enkele maanden speurwerk is gebleken dat inderdaad ten minste twee wolven zijn waargenomen. De dieren zijn echter meteen door jagers afgeschoten en weggemoffeld . Illegaal natuurlijk. Na wat spitwerk is anoniem een pakketje toegezonden: een kussentjesenvelop met een stukje huid. Aan de hand van de haren is het dan relatief eenvoudig om met zekerheid vast te stellen dat dit inderdaad afkomstig is van de Europese wolf.

Daarmee staat met grote waarschijnlijkheid vast dat voor het eerst sinds meer dan een eeuw de eerste wilde wolven Nederland weer hebben bewoond, al was het ook maar zeer kortstondig. Soms is helaas de mens erg kort aangebonden en wenst de voor- of nadelen alleen aan zichzelf af te meten, zoals ook in het geval van Bruno, de bruine beer in Zuid-Duitsland die ondanks hevige protesten met politieke goedkeuring om het leven werd gebracht. Of de toch vrij eenzijdige reacties die vooral in termen van schade en overlast worden geformuleerd op de toename van de wilde zwijnen op de Veluwe en elders (overal in Europa nemen de grote hoefdieren toe en dus ook de mogelijkheden op meer predatoren die daarvan leven). Waarbij duidelijk blijkt dat de huidige status en kwaliteit van de te beschermen natuurgebieden onvoldoende uitzicht bieden op een vrije natuurlijke ontwikkeling van de daarin voorkomende vegetaties en wilde dieren. Het moet allemaal wel bij de meubeltjes blijven passen.

Gelukkig gaat het met de lynx, eland en wolf op Europese schaal beter. Hoe zal het hen in Nederland vergaan? Natuurlijk is het goed om je op dergelijke ontwikkelingen voor te bereiden, want de volgende dieren zullen komen. Het publiek, de beheerders, jagers en boeren, kunnen beter nu al geïnformeerd zijn. Net zoals dat al in 1990 in Duitsland gebeurde met de te verwachten aanloop van wolven. Natuurlijk waren en zijn er ook daar strubbelingen. De pers kan zeer hijgerig berichten over schapen die door wolven zijn vermoord. Hetgeen overigens veelal gewoon het werk is van huishonden. Huisdieren als schapen worden immers ook in Nederland regelmatig door struinende honden verwond en om zeep geholpen. Natuurlijk zullen dergelijke taferelen als er straks weer een wolf in onze natuurgebieden rondloopt aan de vraatzucht van dit enge beest worden toegeschreven. Of aan de lynx, of wild zwijn… Er is nog veel ontwikkelingswerk door natuurbeheerders te verrichten. Gelet op de problematiek rond het wild zwijn, maar ook in het algemeen hoe houtproductie en jacht nog steeds fundamenteel onderdeel blijken te zijn van het dagelijkse natuurbeheer, valt nog te bezien of de grote natuurbeherende organisaties deze ontwikkeling aan kunnen.

---------------------------------------------


Im Westen nichts neues, maar in het oosten wel

Enige huidige populaties in Duitsland

Wolf
De wolf is voor het eerst weer in 1989 in Duitsland vanuit het oosten binnengewandeld. Hij heeft er zich gevestigd en mogelijk al jongen voortgebracht in 1991. Eind negentiger jaren kon worden aangenomen dat in Duitsland een duurzame vestiging had plaatsgevonden. In 2000 werden met zekerheid de eerste jonge wolven vastgesteld. Precieze aantalsgegevens zijn vrijwel onmogelijk te geven. Bovendien worden soms wolven illegaal afgeschoten en vinden dieren de dood in het verkeer. Eénmaal zijn weloverwogen enkele wolven afgeschoten omdat hybridisering met huishonden had plaatsgevonden. Dat is overigens goed vast te stellen, onder andere aan DNA-materiaal uit mest.

Er worden in de diverse ‘packs’ relatief veel jongen geboren, maar de uitval onder de jonge dieren daar is vermoedelijk ook groot. In goed onderzochte populaties elders zijn natuurlijke sterftecijfers van jonge wolven tot wel 80 procent vastgesteld. In de nieuwe vestigingen in Duitsland zullen dergelijke hoge sterftecijfers vermoedelijk ook verwacht mogen worden. De huidige totale populatie in Duitsland omvat waarschijnlijk zo’n 50 tot 100 dieren.

Lynx
In tal van gebieden in Europa zijn langjarige herintroducties gaande. In Duitsland onder meer in de Harz en in Zuidoost-Beieren. Ook in Oostenrijk, Zwitserland en Frankrijk zijn herintroducties gaande of reeds afgesloten. De belangrijkste huidige populaties zijn direct het gevolg van herintroducties uit de 70’er en 80’er jaren van de vorige eeuw. In sommige gebieden bereikte de lynx al zijn waarschijnlijk maximale dichtheid en zwerven dieren uit naar omliggende gebieden.

Dat is nu het grootste uitdaging: om ecologische verbindingen te leggen tussen de diverse gebieden. Vóór de recente herintroducties was de soort er uitgestorven (1818 in de Harz en 1850 in het Beierse Woud). In de vijftiger jaren werden af en toe vanuit Tsjechië weer lynxen in het Beierse Woud waargenomen. Zelf zag ik er mijn eerste wilde lynx in 1970 toen het Beierse Woud nog geen nationaal park was. De huidige Europese populatie kan op ongeveer 7500 dieren worden geschat. Een plan voor herintroductie van de Lynx in Nederland is na jaren van voorbereiding door Harm van der Veen door Natuurmonumenten afgewezen. Deze afwijzing is een gemiste kans, want een Veluwe met lynxen zal zonder twijfel een flinke ecologische opschaling hebben betekend, al moet daaraan worden toegevoegd dat de verwachtingen om in Nederland robuuste ecologische verbindingen tussen de diverse geïsoleerde gebieden te leggen onvoldoende zijn waargemaakt. Als typische bewoner van grote aaneengesloten bosgebieden maakt, dat de overlevingskansen voor de soort er nu daarom er slechter voor staan. Nadelig is ook dat de natuurbescherming maar geen keuze kan maken om haar bossen een goede natuurlijke ontwikkeling te laten doormaken. Vrijwel overal kiest men voor (meng)vormen van bosbouw die de biodiversiteit en de structuur van de bossen nadelig beïnvloedt. Het afgelopen oogstseizoen werden zelfs de grootste hoeveelheden hout ooit uit de bossen gewerkt, afgezien van de periode direct na de beruchte stormen in de 70’er jaren van de vorige eeuw toen alles op alles werd gezet om zo snel mogelijk omgewaaide bomen het bos uit te werken. Op grond van onze laatste gegevens is er afgelopen seizoen 1,2 miljoen kubieke meter hout uit Nederlandse natuurgebieden in de houthandel gebracht. Sommige huidige bossen hebben de structuur en de diversiteit van een maïsakker.

In Nederland is éen fossiele vondst van een lynx bekend bij Valkenburg (Zuid_Holland). Afgelopen jaar is op ongebakken Romeins aardewerk mogelijk de afdruk van een lynx waargenomen. Na de Tweede Wereldoorlog is een door militairen uit Finland meegebrachte lynx bij Bennekom ontsnapt. Dit dier heeft rond twee jaar in de Veluwse bossen overleeft, waarna niets meer van het dier is vernomen.

Kraanvogel
De broedgebieden van kraanvogels liggen in het Boreaal en Sub-Boreaal. In West-Europa hebben vooral Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, de Baltische staten, Wit-Rusland, Polen, Tsjechië en Duitsland vaste broedpopulaties. De overwinteringsgebieden liggen tegenwoordig vooral in Frankrijk en Spanje, met een tendens steeds meer naar noordelijker gelegen overwinteringsgebieden te blijven hangen. Sinds 1980 hebben de aantallen trekkende kraanvogels een vervijfvoudiging ondergaan, van ongeveer 40.000 tot 200.000 vogels nu. In sommige gebieden in Oost-Duitsland kunnen tienduizenden vogels op de rustplaatsen, die tijdens de trek naar het zuiden worden aangedaan, worden waargenomen. Het is een van de indrukwekkendste natuurschouwspelen. De laatste jaren neemt de soort vrij sterk toe. Europa herbergt nu ongeveer 200.000 vogels.

Aparte vermelding verdient het beschermingsbeleid van de soort en zijn habitat in Duitsland, want die is bepaald indrukwekkend. Het dieptepunt van de populaties betrof ongeveer 600 broedparen in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Intussen broeden er in Duitsland weer meerdere duizend broedparen! Met dat ene paartje in het Fochteloërveen zijn we, natuurlijk, heel erg blij. Maar objectief gezien is er, met alle respect, toch iets heel erg mis met onze natuurlijke omgeving omdat er in dit waterrijke landje in goede doen zeker honderden kraanvogels zouden moeten broeden. Het doorslaande succes van de Duitse kraanvogelbescherming is vooral toe te schrijven aan de natuurlijke ontwikkeling van veel broekbossen en het grootschalige herstel van veengebieden, en, herstel van ecologische corridors! Door vernattingsmaatregelen zijn weer grote moeilijk toegankelijke hoogveengebieden ontstaan die door de kraanvogels massaal worden ingenomen. Petje af!

-----------------------------------------


Dood doet leven
Op 21-03-2005 werd in de Oostvaardersplassen een monniksgier ontdekt. De vogel bleek eerder gezien in België, later op de Maasvlakte en vervolgens in Noord-Brabant. De vogel bleek geringd en een zender bij zich te dragen. Daardoor was het eenvoudig om de achtergrondgegevens van het dier te achterhalen. Deze vrouwelijke vogel was eerder op 2 mei 2003 in het Spaanse Extremadura in slechte staat vergiftigd aangetroffen. Na te zijn opgelapt is zij volgens gegevens van Staatsbosbeheer in het kader van een lopend herintroductieprogramma vijf jaar later op 2 februari 2008 weer vrijgelaten in de Franse regio Rhône-Alpes. In augustus van dat jaar was het al weer gedaan met het dier. Na de vergiftiging te hebben overleefd en na een vijfjarig ziekbed, vloog de vogel zich namelijk te pletter tegen een trein die op verschrikkelijke wijze de Oostvaardersplassen doorsnijdt. Deze spoorlijn zorgt overigens helaas voor een constante aanvoer van gedode roofvogels… Staatsbosbeheer schonk de dode monniksgier aan het natuurhistorisch museum in Leiden en is aldaar tot op heden te bewonderen… daarbij vergetend dat ook dode monniksdieren leven in de brouwerij brengen?

--------------------------------



Is Nederland er klaar voor?
Onder meer uit het Duits-Tsjechisch grensgebied, de middelgebergten Bayerischer Wald en Sumava, is gebleken dat delen van de megafauna niet alleen vanuit het oosten naar het westen migreert, maar ook vanuit het zuidoosten en zuiden naar het noorden. Zo leven er in dat middelgebergte sinds enkele jaren weer zo’n 15 tot 20-tal elanden die er zich geheel vanuit het zuidoosten komend op eigen initiatief hebben hergevestigd. Uit deze groep maken zich soms weer jonge dieren los op zoek naar weer nieuwe leefgebieden en zijn zo elders in de deelstaat Beieren aangetroffen. Helaas niet zonder verkeersongevallen. Van één wolf die op wegen rond het Bayerischer Nationaalpark recent in het verkeer is omgekomen blijkt deze aan de hand van DNA-analyse overduidelijk uit Italië afkomstig te zijn. Het dier is dus eigenhandig de Alpen overgetrokken. Ook noordelijker horen we regelmatig van wolven en soms lynxen die al ter hoogte van Osnabrück en Hamburg zouden zijn waargenomen. Van één wolf is dat met zekerheid vastgesteld omdat deze op een snelweg werd overreden, en al zo ver westwaarts was getrokken, zonder dat zijn aanwezigheid eerder door zichtwaarnemingen of door het achterlaten van sporen was vastgesteld. Een grote verrassing dus. Maar we weten ook dat juist jonge mannetjes van wolf en lynx, op hun eerste zwerftochten, zeer grote afstanden kunnen afleggen. Net als het in open zee rondzwemmend ree, zegt dat over de ecologische kwaliteiten van de gebieden waar zo’n zwervend dier wordt aangetroffen vrijwel niets. Het valt bovendien niet te ontkennen dat de ecologisch kwaliteiten van de gebieden evenredig afneemt naarmate men meer westwaarts geraakt. Afgelopen jaar is vastgesteld dat tenminste één wolf zich lijkt te hebben gevestigd in het bosgebied de Solling, iets ten oosten van het stadje Hameln aan de Weser. In de omgeving van Lipstadt is eerder al een lynx vastgesteld.

Van de mogelijk toekomstige Nederlandse leefgebieden zijn de vooruitzichten voor hervestiging van grote verdwenen soorten voor de nabije toekomst ronduit slecht. Ondanks beloften en goede voornemens hebben we nagelaten om grote robuuste verbindingen tussen de belangrijkste natuurgebieden aan te leggen. De nationale parken die als stepping stone zouden moeten dienen hebben die rol nog lang niet (te veel rasters, te veel niet-systeemgericht beheer, te veel bosbouw, te weinig natuur). Voorts is de oprichting van sommige nationale parken meer door recreatieve ingevingen tot stand gekomen dan door de wens op herstel van natuur (natuurlijke systeemprocessen). In ons land bevind zich zelfs een (zelfbenoemd) nationaal park dat nota bene nog steeds volledig omrasterd is. En zoals gezged spelen jacht en bosbouw in tal van natuurgebieden nog steeds een rol. Dit zijn allemaal activiteiten die niet in een nationaal park thuishoren, neem de bizarre ‘discussies’ rond het wild zwijn en nadere duiding is overbodig.

Hoewel er vaak uiteenlopende niet uitwisselbare problemen en oplossingen voor de diverse gebieden en soorten zijn, blijkt voorts uit de inmiddels talrijk uitgezette visotters die her en der in het land, al dan niet oeverreden, maar meestal in levenloze staat, worden aangetroffen, dat wij de boel nog lang niet op orde hebben. Terwijl nota bene de uitzetgebieden, de voormalige Overijsselse, Drentse en Friese veengebieden, volledig zijn heringericht voor de soort. Denk in deze ook aan de Holterberg en de wens op behoud van het korhoen aldaar, wat na vele honderden hectare bos dat ter aanvullende bescherming is gekapt en afgevoerd nog nauwelijks enige resultaten heeft opgeleverd.

De verwachtingen op behoud of terugkeer van in dit artikel genoemde soorten zijn in ons land dus nog zeer mager. De potenties zijn er zeker ook in ons land, maar beleidsmakers ontwijken echte keuzen. Het weidevogelbeheer, agrarisch natuurbeheer, nieuwe stuifzanden, te vervaardigen door integrale verwijdering van vaak vele hectaren boven- en ondergrondse vegetatie, en andere botox-natuur duiden niet op grootschalig herstel van systeemprocessen. Geit en kool sparen betekent in dit geval stagnatie of zelfs achteruitgang. De beschreven ontwikkelingen tonen aan dat wij desondanks een groot wild beest dat wij alleen nog van plaatjesboeken kennen, vaker ons land zullen aandoen. Zij zijn inventief en bedenken iets nieuws, nu wij nog.

-----------------------------------------




Al eerder wolven in Nederland

Al vaker liepen er onverwacht wolven rond in Nederland, al zijn al die dieren meest ontsnapte of losgelaten dieren uit dierentuinen of particuliere verzamelingen, of waarschijnlijker, gewoon honden.

ANP, Amsterdam, 03-11-1975
Na een jacht van twee uur heeft een Amsterdamse politieman in Amsterdam-west een wolf doodgeschoten. (…) Twee weken geleden is in Amsterdam ook al een wolf gesignaleerd. Die vluchtte een seksboetiek binnen en kon worden gevangen. Waar de wolven vandaan komen is de politie een raadsel.

Ook verschenen er tientallen berichten van wilde wolven, die vaak „in winterse omstandigheden door honger gedreven in menselijke bebouwingen doordrongen”. Meestal dragen deze berichten een grimmig karakter die de mensen niet zelden de stuipen op het lijf joegen.

ANP, 27-12-1954
In de Oostenrijkse provincie Stiermarken zijn vele wegen en twee spoorlijnen door hevige sneeuwval volledig geblokkeerd. Dorpen (…) zijn geheel van de buitenwereld afgesloten. (…) Tot nu toe zijn deze winter acht mensen tengevolge van zware sneeuwval om het leven gekomen. (…) Door voedselgebrek zijn vele wolven in het oosten van de provincie Tirol binnengedrongen. Er is al een waarschuwing uitgegeven (…) uitgehongerde wolven. Ook in Polen zijn de laatste tijd grote aantallen wolven gesignaleerd. De vergoeding voor het neerschieten van een wolf is aanmerkelijk verhoogd en bedraagt nu meer dan het gemiddelde maandloon van een arbeider.