Artikel

Petrea


Enige Veluwse groeiplaats dennenorchis door bosbouwers verloren gegaan.

Dit artikel is op 02-08-2009 geplaatst

Bij een recent bezoek aan Petraea op de Veluwe kwamen we tot de ontgoochelende ontdekking dat deze bijzondere soort daar door bosbouwactiviteiten verloren is gegaan.


De Dennenorchis is een vrij algemene soort in de duinen, maar verder in Nederland uiterst zeldzaam. Ze is sinds het begin van de afgelopen eeuw daar steeds zeldzamer geworden en op veel plekken uitgestorven. We kennen twee recente meldingen van nieuwe planten in Friesland en Drenthe.

Op de Veluwe is de soort al decennia uitgestorven, maar werd daar plots in 2005 weer met enkele exemplaren op twee groeiplaatsen op Petrea, tussen Wezep en Wapenveld, aangetroffen. Petrea is in beheer bij het Gelders Landschap (HGL). In 2005 hebben we die groeiplaatsen bezocht. Bij een herhaald bezoek op 30-07-2009 bleek één groeiplaats totaal verdwenen, omdat door kap van bomen het bos plots veel lichter was geworden en daardoor een vrij dichte bezetting van vooral bochtige smele was opgetreden. Verdere sporen van storingen ontbraken: de soort was gewoon weg en kon mogelijk de concurrentie niet aan van de grassen. De tweede groeiplaats in een wellicht ongeveer dertigjarige plantage van grove dennen, was echter zichtbaar op z'n kop gezet. Ongeveer driekwart van het dennenbos bleek te zijn gekapt en afgevoerd. Het restant eenderde deel was met een trekker of bosbouwvoertuig bewerkt door er overheen te rijden, kennelijk met de bedoeling de resterende niet oogstbare schrale dennenboompjes omver te rijden. De rommel, de takken en de niet oogstbare stammetjes zijn achtergebleven. Door het plotseling invallende zonlicht (geen bos meer), mineraliseert het organisch materiaal op en in de bosbodem plots sterk, waardoor concurrerende plantensoorten de overhand nemen. Met andere woorden: de plek verruigd. Het driekwart grote gekapte deel is inmiddels helemaal begroeid met bochtige smele, die hier door de verruiging intergraal over het gehele areaal is gaan groeien.

Merkwaardig is dat HGL destijds in 2005 trots meldde de soort op ‘haar’ terrein weer te hebben aangetroffen. Ze was er dus van op de hoogte dat een al tientallen jaren uitgestorven soort weer uit eigen beweging was nedergedaald om vervolgens deze zeldzame schoonheid zelf met bosbouwkundige ingrepen weer van de aardbodem te laten verdwijnen: nonchalance of slordigheid?





Het nu gekapte bos met de groeiplaats van de in 2005 teruggekeerde dennennorchis (opname: 29-07-2005). Waartoe dienen overigens die blauwe spuitbus-graffitie-merktekens?




De (niet bloeiende) dennenorchissen in 2005 (opname: 29-07-2005).



Dennenorchis, het destijds enige bloeiende exemplaar (opname: 29-07-2005).




De huidige situatie (zomer 2009): de gewijzigde groeiplaats van de dennenorchissen. Op de achtergrond een restantje van het nu verder verdwenen dennenbos (opname: 30-07-2009).




----------------------------
Onderstaande tekst uit Wikipedia (02-08-2009)

Groeiwijze
De plant heeft kruipende wortelstokken met uitlopers en kan zich goed vegetatief verbreiden. De bladen zijn eirond tot langwerpig eirond, en hebben een opvallend nervenpatroon dat enigszins vlekkerig aandoet met overlangse nerven en dwarsnerven die soms wat zilverachtig zijn getekend. De vegetatieve delen van de plant zijn winterhard en zijn 's winters groenblijvend.

Bloei
De stengel en de bloeiwijze zijn kort klierachtig behaard. De bloemen zijn wit tot crèmewit en kort behaard. De bloemstengel is 10-30 cm hoog. Grote planten kunnen meerdere bloemstengels hebben. De dennenorchis bloeit in juli en augustus.

Ecologie
De dennenorchis komt voor in de kruidlaag van voedselarme, iets vochtige dennenbossen. Vooral in dennenbossen met een slecht ontwikkelde struiklaag komt de soort voor. Vaak kenmerkt de vegetatie zich door een dikke moslaag, bestaande uit heideklauwtjesmos (Hypnum jutlandicum), gewoon klauwtjesmos (Hypnum cupressiforme), gaffeltandmos (Dicranum scoparium) en groot laddermos (Pseudoscleropolium purum). De kruidlaag bedekt weinig van de bodem en bestaat onder andere uit zandzegge (Carex arenaria), gewoon struisgras (Agrostis capillaris) en eikvaren (Polypodium vulgare). Het type bos waarin de dennenorchis voorkomt wordt wel aangeduid als mosbos (Leucobryo-Pinetum). Zodra de kruidlaag zich verder ontwikkelt en er ook een struiklaag ontstaat zijn de omstandigheden voor de dennenorchis minder gunstig geworden, en verdwijnt de soort. Op enkele plaatsen, onder andere op de Waddeneilanden, kan de dennenorchis worden aangetroffen in gezelschap van de kleine keverorchis (Listera cordata), een kleine wilde orchidee die onder vergelijkbare omstandigheden groeit.

Voorkomen in Nederland
De dennenorchis is in Nederland voor het eerst aangetroffen in 1880 op de Veluwe. De soort komt sporadisch voor op de Pleistocene zandgronden van Drenthe en Gelderland. Algemener is de soort echter in dennenbossen die zijn aangeplant in de duinen van het Waddendistrict. Vooral in de duinbossen van Schoorl en op Terschelling komt de dennenorchis in grote aantallen voor.

Bescherming
De dennenorchis is in Nederland en België wettelijk beschermd. De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van bedreigde en kwetsbare vaatplanten als zeer zeldzaam, maar is anno 2005 stabiel tot iets toegenomen.