Artikel

Natuurmonumenten ruilt bossen met Twickel

Ruilverkaveling in nationaalpark Veluwezoom

Dit artikel is op 15-03-2018 geplaatst.


Natuurmonumenten maakte in 2017 bekend dat zij bossen op Veluwezoom wenste te ruilen met Twickel. Eén bos van Natuurmonumenten voor twee kleinere van Twickel. “Grondruil doen we alleen als dat winst oplevert voor natuur. Voorop staat dat de natuur er beter van wordt. Het is bekend dat in Nederland het eigendom van gebieden op sommige plaatsen zo versnipperd is, dat het natuurbeheer in de weg zit.” Of de natuur er beter van wordt is in dit verslag te lezen. De passage dat “gebieden op sommige plaatsen zo versnipperd is, dat het natuurbeheer in de weg zit.” is een jammerlijke verdraaiing van de feiten. Ontsnippering is vooral van belang om ecologische processen weer werkzaam te laten zijn, zodat planten en dieren elkaar weer kunnen bereiken. Dat de beheerder er een drie minuten kortere autorit voor nodig heeft is van geen praktische betekenis.









Foto 1 bevat een houten puinhoop, ook wel biomassa genoemd. Is een nationaalpark ook een grondverzetbedrijf? De aanblik van dit hoogst merkwaardige Natuurmonumenten-bouwsel bracht ons de volgende zinsnede in herinnering: “Om den mensch in zijnen zedelijken en stoffelijken toestand te leeren kennen, moet men de natuur beschouwen, die hem omgeeft ”. Aldus opgetekend uit de “Statistieke beschouwing van den toestand der geringe plattelands bevolking op de Veluwe”… enzovoort, uit de 19e eeuw. Grote vorderingen heeft de menschheid er met deze wijze woorden kennelijk nog niet mee bereikt. Hoewel Natuurmonumenten als belangrijkste beheerder van de Veluwezoom, en ver daar buiten, kwistig spreekt in termen van “natuurschoon” (…) “en het nemen van belangrijke stappen voorwaarts (…) van dit prachtige natuurgebied.

En plotseling verscheen daar het bericht: Grondruil in Nationaal Park Veluwezoom. Dat is “gunstig voor de efficiëntie van het beheer” en levert “meer en betere natuur op”. Beide organisaties delen volgens Natuurmonumenten in datzelfde bericht “een vergelijkbaar niveau van natuurbeheer”. Men is tevreden met elkaar! Maar het verhangen van naambordjes alléén levert toch niet vanzelf meer en betere natuur? Ziedaar het meest raadselachtige bericht van 2017. Bovendien wordt verzuimd ons mede te delen in welke al dan niet natuurlijke staat de te ruilen gronden zich bevinden, noch hoe dan die “meer en betere natuur” door ruil van eigenaar alleen kan worden bereikt, terwijl het volstrekt in nevelen is gehuld waar die te ruilen gronden zich dan wel bevinden. Kan het cryptischer? Van Twickel vernemen wij… niets. Is Natuurmonumenten ook woordvoerder van Twickel?

Hier wordt kennelijk een wereldwonder verricht: door het verhangen van naambordjes verkrijgt men eenvoudig “meer en betere natuur”? Dat fascineert. Wij besluiten om een thermometer in de mooie woorden te prikken en gaan ijverig op pad. Waar ligt dat ruilgoed precies? We kunnen in dit stadium weinig méér doen dan een natte vinger in de lucht steken en hopen op een nuttige afloop. Wij leggen aldus terstond onze workshop nestkastjes maken terzijde, hullen ons in old brown ribfluwelen werkgoed en betreden opgewekt en vol goede moed de ruige Veluwse wildernis. Zowat zeven maanden roeren we in een ogenschijnlijk bodemloze put en weten uiteindelijk toch de locatie van de ruilgoederen te achterhalen, alsmede hun voormalige én toekomstige functie bij de beide nieuwe trotse eigenaren. Want de toekomst bleek aldaar reeds hoog en breed te zijn begonnen…. Het gaat om twee kleinere gebieden van Twickel die Natuurmonumenten heeft overgenomen en één groter gebied van Natuurmonumenten dat nu in handen is gevallen van de Twickeltjes. We benoemen de percelen hier naar de oorspronkelijke situatie vóór de ruil: Twickel-1, Twickel-2 en NM-1. Wandelt u even mee in het Veluwse natuurschoon?









Foto 2. Twickel-1 vóór de ruil in 2013

Twickel-1 ruim vóór de grondruil naar Natuurmonumenten en derhalve hier nog in vaste handen van Twickel. Deze schiethut werd door Twickel heel actief gebruikt en men kan aan beide zijden vanuit de toren de wapenen richten op dieren die daar op aangeboden lokvoer worden verwacht. De bijliggende bemeste wildweide is bedoeld als extra grazig lokkertje. Daar sneuvelen vooral herten. Aan de andere zijde (aan de kant van de metalen ladder van de schiettoren) richt men zich meest op het afschieten van zwijnen. De jachthut staat op 200 meter hemelsbreed van de Schaapsallee.









Foto 3. Twickel-1 vóór de ruil

De bemeste wildweide is groot en langgerekt en gesitueerd in de schietrichting vanuit de hoogzit. Voor de herten is een voederbak voorzien. Wilde zwijnen worden hier meestal met strooigoed op de grond gevoerd. De voederbak op vier palen was afgelopen nacht zo goed als leeggegeten. Op de grond onder de voederbak lagen nog gemorste voedselresten. Daarachter, dus nog verder van de hoogzit verwijdert, bevindt zich een grote paal met daarop een liksteen gemonteerd. Dan gaat de wildweide over in bos, althans als je hier van bos kunt spreken, want het geheel oogt als een saaie en dichte ontginningsbebossing. Het geheel maakt een nare sleetse indruk. Het ‘bos’, dus achter de paal met liksteen en in het verlengde van de hoogzit, blijkt eveneens een rustgebied annex schietplek te zijn geweest. Oude resten, zoals een liksteenpaal, staan er nog. Hier ligt ook gedumpt afval, een handelsmerk overigens van Twickel. Op Twickels grondgebied op Veluwezoom zijn er tal van stortplaatsen van diverse soorten grof afval, gevulde grijze vuilniszakken, bouwpuin, resten van huisraad, enzovoort.









Foto 4. Twickel-1 ná de ruil

Vervolgens betreden we de ‘toekomst’. Hetzelfde perceel maar nu in handen van Natuurmonumenten. Veel is er niet veranderd. De doelstellingen zijn precies dezelfde. Jacht. Namelijk het doden van wilde dieren die daartoe met voer worden gelokt. De belangrijkste wijziging die de nieuwe beheerder Natuurmonumenten heeft aangebracht is een in de bomen gehangen elektronische voederautomaat. Verder is de op vier palen staande hertenvoederbak verplaatst op een daartoe afgezaagde berkenboom. De vaste houten hoogzit is vervangen door een mobiel exemplaar. Op de bosgrond ligt een elektronisch apparaat, met een stalen draad vastgebonden aan de voet van de afgezaagde berk met liksteen.

Samengevat: Twickel-1 was vóór de ruil een jachtinstallatie en is dat na de ruil nog steeds. Andere kleurtjes, maar met exact dezelfde doelstelling. Natuurmonumenten heeft er haar plasje overheen gegoten. Inhoudelijke veranderingen zijn er niet. Natuur zul je hier nog steeds niet aantreffen. Laat staan dat de natuur er “beter” van zou zijn geworden. Helaas is dat slechts holle retoriek.









Foto 5. Twickel-1 na de ruil

De voederbak van Twickel is door Natuurmonumenten hergebruikt. Berkenboom half afzagen, voederbak er op spijkeren en de meubeltjes hebben weer een karaktereigen uitstraling. Waarmee is vastgesteld dat er op de nieuwe situatie op vier wijzen wordt gevoerd. Een bemeste wildweide, een voederbak voor herten, een voederautomaat in de bomen voor herten en wild zwijn, alsmede een liksteen op een paal.









Foto 6. Twickel-1 na de ruil

Hier het uitzicht vanuit de hoogzit op de bemeste wildweide, de rode voederautomaat in de boom links, alsmede op de achtergrond tegen de bosrand de liksteen op paal. We gaan lekker verder naar het tweede ruilobject, zijnde Twickel-2.









Foto 7. Twickel-2 vóór de ruil

Zoals gebruikelijk worden jachtinstallaties verborgen achter gemene bordjes met meest valse benamingen. “Rustgebied verboden toegang” of deze van Twickel die het doodleuk een “kwetsbaar natuurgebied” noemt. Zoals eveneens gebruikelijk treffen we op dergelijke openluchtslachthuizen vanzelfsprekend nooit natuur aan. Of het zou de natuur van de beheerder moeten zijn.









Foto 8. Twickel-2 vóór de ruil

Deze opname stamt uit 2016, dus wederom ruim vóór de ruil van Twickel naar Natuurmonumenten. Het is een in alle opzichten soortgelijk ‘object’ als Twickel-1. Een jachtinstallatie in een ontginningsbebossing. Bijzonder is dat er hier een begin lijkt te zijn gemaakt met het afbreken van de enorme hoogzit, die echter nog steeds gebruikt wordt. Of is het verval: anticipeerde men op een mogelijke ruil? Op deze foto is op de achtergrond nog net de forse bemeste wildweide te zien waar de hoogzit op uitkijkt.









Foto 9. Twickel-2 ná de ruil naar Natuurmonumenten. November 2017.

De liksteen is met spanbanden aan een grove den opgehangen aan een vers afgezaagde boomtak. Dat is zeer recent gebeurd omdat de verschillende zaagsneden duidelijk vers zijn en dus recent moeten zijn aangebracht om daaraan deze liksteen te kunnen ophangen.









Foto 10. Twickel-2 ná de ruil naar Natuurmonumenten. Helaas nog steeds nul natuur: slechts een houtakker.

Vanuit de hoogzit Twickel-2 kijken we uit op het oorspronkelijke Twickelse ‘natuurschoon’ maar nu door de ruil dus in handen van Natuurmonumenten. Afwerkplek is een betere benaming. Je zal hier aan je eind (gerief) komen… Het is maar aan welke zijde van de loop van het geweer je bevind. Dergelijke houtakkers zijn een schande voor een nationaalpark. Twickel-2 is nauwelijks nog de moeite waard om er woorden aan vuil te maken. Het is slechts een kleine variatie op één thema. We laten het daarom hierbij en gaan gauw naar NM-1 want die plek verdient alle verdere ruimte. Gaat het zien.









Foto 11. NM-1 vóór de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

Als we konden vermoeden wat uit deze plek vervaardigd zou gaan worden, dan hadden we er een heel scala aan foto’s over verzameld. Nu blijft het bij een toevallige foto, op een toevallige wandeling, opgediept uit het foto-archief. Het was een grote, mogelijk licht bemeste, wildweide waar waarschijnlijk ook gejaagd werd. Er waren geen schietinrichtingen op één op de grond staande jachthut na. Eigenlijk een grote open plek in het bos. Alle dieren konden er vrij in- en uitlopen.









Foto 12. NM-1 vóór de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

Rondom de open plek waren al de eerste beginselen van meer natuurlijke bosstructuren zoals wat oudere bomen en dood hout aan te treffen. Het beheer was hier minder intensief op houtproductie gericht dan elders op Veluwezoom helaas vaak wel het geval is. Wat is uit dit alles geworden in handen van Twickel? Meer en betere natuur zoals Natuurmonumenten beweerde? Laten we er eens een korte virtuele wandeling langs maken.









Foto 13. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

Deze opname is ongeveer vanaf dezelfde positie gefotografeerd als Foto 11. Dezelfde berk op de voorgrond, nu echter dichter bij de voormalige open plek in het bos. De veranderingen van dit gebied door Twickel zijn immens.

Zoals de foto laat zien is de grazige open plek nu machinaal geploegd. Een doodzonde in natuurgebieden. Voorts is de ruimte nu omrasterd. Hoezo “ontsnippering” zoals het berichtje van Natuurmonumenten als motief voor de ruil aangeeft? Het immense raster is zo gemaakt dat wilde zwijnen het niet kunnen passeren. De hoogte is echter zodanig aangepast dat edelherten er gemakkelijk overheen kunnen springen. Het gaat de nieuwe eigenaar kennelijk vooral om de jacht op edelherten. Om het gebied aantrekkelijk te maken voor edelherten wordt er vanzelfsprekend gevoerd anders verschijnt er immers geen hert voor het vuurpeloton. Er zijn likstenen aangebracht, er is een zeer ruime waterpartij als drinkwatervoorziening vervaardigd, alsmede, natuurlijk, want daar draait alles om, een nieuwe schiethut voor meerdere personen in het landschap opgericht.

Heel geraffineerd is in de schietrichting naar het daarachter gelegen bos, waar de edelherten vaak de dag doorbrengen, een lange smalle strook ín het bos gekapt, zodanig dat de herten onder bescherming van bos geleidelijk kunnen ‘uittreden’ en aldus buiten het zicht van publieke pottenkijkers deze schietinstallatie kunnen betreden. Van buitenaf is van dit alles voor het publiek uiteraard niets te zien. Water en voer, zoals hertenbrokjes, aardappelen, likstenen, et cetera, alsmede binnenkort wellicht akkerbouwgewassen op de zojuist tot akker geploegde open plek in het bos, zijn in de saaie eenvormige en voedselarme Veluwse bossen als een magneet voor het wild.

We zien hier ook duidelijk de structuur van het enorme zwartwildkerende raster dat overspringbaar is gemaakt voor edelherten. Op de achtergrond rechts achter de geploegde akker is een paal met liksteen opgericht. Daar is ook rijkelijk gevoerd met o.a. hertenbrokjes, graan en dergelijke. Uit die hoek verwachten de schutters ook het wild dat tegen de avond uit de genoemde opengekapte strook in het bos naar de voerplaats loopt (zie ook volgende foto).









Foto 14. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

Een indruk van de in het bos opengekapte strook waar men hoopt dat van daaruit het wild zal aanlopen naar de voeder- annex schietplek.









Foto 15. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

Overal langs de randen is voer voor het wild uitgestrooid.









Foto 16. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

Voer, voer en nog eens voer…









Foto 17. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

Een ingebouwde liksteen. De Twickeltjes zijn inventief.

























































Foto 18. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

Een opgebouwde liksteen. Variatie op één thema.









Foto 19. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel


Wij naderen de ultieme ontknoping. Al die bouwwerkzaamheden, de ‘ruil’ van Natuurmonumenten naar Twickel, de ontbossing, het zeer ongebruikelijke omploegen van een natuurgebied naar een akker, de moeite van de verbouwing, de kosten, en dan betreden wij het podium van het hoogste genoegen. Hoe geraakt men alhier aan zijn of haar gerief? Daarvoor kruipt men IN deze takkenhoop. Graag naar de volgende foto.

























































Foto 20. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

Geloof het of niet, dit is de hoofdingang van de takkenhoop c.q. schiettent van de vorige foto. In dit theater beleeft men de grootste genoegens. Nergens tussen taiga en Karpaten vindt men in Europa zoveel op recreatieve jacht gerichte schiettenten als op de Veluwe. Zelden ook zo intensief te beleven als op Veluwezoom. In onze database hebben we inmiddels al enkele tientallen schietgerelateerde installaties op Veluwezoom opgetekend. Het beheer is er gericht op het voederen én het doden van ‘jachtwild’. De top: edelhert, damhert en wild zwijn. Vrijwel alle hier voorkomende grotere dieren sterven er door de kogel. Treed de dood hier ook wel eens van nature in? Is een natuurlijk einde voor plant en dier op Veluwezoom een misverstand?









Foto 21. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

De voorzijde van de schiethut van foto 19 en 20. Slechts te betreden langs een achterommetje. Zo ‘beziet’ dus het te beschieten jachtwild de aldus ondergedoken Twickeltjes. Wij inmiddels ook.









Foto 22. NM-1 ná de ruil van Natuurmonumenten naar Twickel

De aan- en afvoer naar de wildakker achter de bomen met schietinrichting vergt een goede infrastructuur. Voederproducten er in, dierenlijken er uit. De Twickeltjes spreken van ‘natuurschoon’. Wij hebben er geen natuur aangetroffen. Dit verslag laat daar geen misverstand over bestaan.







Conclusie
De grondruil tussen Natuurmonumenten met Twickel heeft geen snars méér natuur opgeleverd zoals wordt beweerd. Integendeel, alle drie de geruilde gebieden waren en zijn nog steeds jachtgebieden. Het enige en grootste gebied dat Natuurmonumenten verruilde naar Twickel was een voor de natuur potentieel ecologisch belangwekkend bosgebied. In Twickels handen is het veranderd in een sterk geïntensiveerd jachtgebied met een hele reeks van maatregelen omwille van de jacht. Men heeft er zich uitgebreid geïnstalleerd met het oprichten van een enorme jachtopstelling. Het bosgebied is daarvoor machinaal geploegd als ware het een aardappelakker. En dat is het nu in feite ook. Voorts is er ongewoon intensief ontbost omwille van de jacht. Niks méér natuur. Kapotgemaakte natuur.

Dan het door Natuurmonumenten opgevoerde motief dat er winst in “efficiëntie” zou worden bereikt. Er hoeft immers minder ver gereden te worden om die gebieden te bereiken is de redenering. Dat argument valt echter in gruzelementen omdat zelfs verderweg achter de geruilde gebieden nog steeds aanzienlijke bospercelen van Natuurmonumenten liggen.

Voor de natuur is het beschamend slechter geworden. Natuur zal men er beslist niet meer aantreffen. De drie percelen die van eigenaar wisselenden blijken bedrijfsterreinen voor recreatieve jachtdoelstellingen voor enkelen en uitgekiend weggestopt voor het publiek. “Meer en betere natuur” zoals Natuurmonumenten ons wil doen geloven? Wij hebben er zelfs geen homeopathische hoeveelheid natuur kunnen waarnemen. Tot drie cijfers achter de komma is het de mens die er wikt, schikt en de trekker overhaalt. Het is ronduit ontluisterend. Wie kan ons overtuigen van het tegendeel? In dat geval beloven wij onze pot violen te beschouwen als “kwetsbaar natuurgebied”.