Artikel

Tarpan & konik


De tarpan is een ondersoort van een wild paard uit Oost-Europa en West-Azië. De laatst wilde tarpan in gevangenschap stierf in een dierentuin in München 1887. Overlevende van deze soort waren al vermengd met boerenpaarden en leefden in de Poolse bossen. Uit deze verzamelde dieren heeft men door selectieve fok gepoogd zoveel mogelijk tarpan-kenmerken te bewaren, wat geleid heeft tot het ontstaan van het konikpaard.



Door Ruud Lardinois

Dit artikel is oorspronkelijk in 2002 geschreven voor een digitale Cd-rom bibliotheek
Dit artikel is op 28-02-2011 geplaatst





Verspreiding
Vermoedelijk verliep het zwaartepunt van het verspreidingsgebied van de tarpan (Equus ferus ferus) van Centraal-Rusland naar Oost-Europa en wellicht verder naar Midden-Europa, misschien zelfs tot Frankrijk en Spanje. Artefacten laten zien dat Scythian-nomaden in Zuid-Rusland zo'n 3000 jaar voor het begin van onze jaartelling de tarpan domesticeerden. Helaas is de tarpan uitgestorven. Uit de restanten ervan - een mengeling van tarpan en boerenpaarden - is door terugfok het gelijkende zogeheten konikpaard (Pools ‘konik’, betekent ‘klein paard’) voortgekomen.

De laatste jaren is er bij verschillende onderzoekers steeds meer de indruk gaan leven dat de tarpan mogelijk de steppevariant van het oorspronkelijke Europese wilde paard was. Het zwaartepunt van zijn verspreidingsgebied zou meer hebben gelegen in Oost-Europa en meer nog in Centraal- en Zuid-Rusland. De bosvariant van het oorspronkelijke Europese wilde paard zou zijn bewaard gebleven in de nu nog voorkomende en reeds eeuwen onveranderde Exmoorpony. Er zijn geen harde bewijzen voor deze theorie, echter het gedrag, de sociale structuur, het terreingebruik en de voedselstrategie wijzen op deze veronderstelling. De Exmoorpony lijkt iets meer te zijn toegesneden op het leven in Europese bossen.


Uitgestorven
De tarpan is de, mogelijk, steppevariant van het oorspronkelijke Europese wilde paard en mede voorvader van het gedomesticeerde paard. De soort is eind 19e eeuw in het wild uitgestorven, in 1876 overleed de laatste zuivere tarpan in een Russisch wildpark. In een dierentuin in München overleed in 1887 een aldaar gehouden tarpan. In Oost-Polen verbleven toen nog enige waarschijnlijk onzuivere tarpans waarvan de laatste in 1919 eveneens stierf.

Aan deze Poolse populatie ging al een hele periode van domesticatie vooraf. Zo rond 1780 werden namelijk alle laatste vrij levende wilde tarpanpaarden gevangen. In de 19e eeuw werden deze dieren aan lokale boeren gegeven. Om de dieren als werkpaard op de boerderij te kunnen gebruiken kruisten zij ze met huispaarden. In 1936 verzamelde de Poolse hoogleraar de heer Vetulai alle dieren die nog bij boeren aanwezig waren, en die nog het meest de eigenschappen van de oorspronkelijke wilde tarpan bezaten, om zodoende een populatie tarpans op te bouwen die het dichtst die van de wilde voorvader zou benaderen.

Rond 1930 startten de Duitse gebroeders Heinz en Lutz Heck eveneens met terugfokpogingen, naast overigens een terugfokproject om eigenschappen van de oeros uit diverse huisrunderrassen te verkrijgen, dat het Heckrund is gaan heten. Heinz en Lutz Heck hebben later, mede met het door Vetulai verzamelde genetische materiaal van de Poolse tarpans, door selectie de oorspronkelijke tarpankenmerken zo goed mogelijk proberen terug te fokken. De gebroeders Heck gebruikten daarvoor overigens ook enkele IJslandse pony’s, Zweedse Gotlandpaarden en zelfs het nog in het wild voorkomende niet-Europese wilde paard, het Przewalskipaard (Equus ferus przewalskii). Dit terugfokpaard is konik gaan heten - konik is Pools voor ‘klein paard’ - en benadert het beste het wild paard, de tarpan. Natuurlijk zijn er verschillen met zijn uitgestorven voorouder de tarpan, maar beter dan konik is er niet meer. Op 22 mei 1933 zag zo in München het eerste teruggefokte tarpanpaard het levenslicht. In 1960 bereikten de gebroeders Heck het kennelijk maximaal haalbare van een paard dat voldeed aan de beschrijving zoals men dat voor ogen had.


Herintroductie
Het konikpaard is door deze gelijkende eigenschappen met zijn wilde voorouder het meest gebruikt voor natuurlijke begrazing in natuurontwikkelingsgebieden. Dit gebeurde met dit doel voor zover bekend in Europa voor het eerst in Nederland, namelijk in het Groningse Ennemaborg en op initiatief en zelfs kosten van Gerben Poortinga, alwaar in 1981 drie uit het Poolse Poplino afkomstige koniks werden uitgezet. Enkele jaren later volgde de Oostvaardersplassen. Bij beide projecten was het aandeel van Stichting Kritisch Bosbeheer beslissend. In het geval van de Ennemaborg, het eerste begrazingsproject met konikpaarden in Nederland ten behoeve van natuurlijke begrazing, was zoals gezegd de bioloog/econoom Gerben Poortinga de centrale figuur die de doorbraak van de feitelijke herintroductie mogelijk maakte. Later volgde de Oostvaardersplassen waar de heer Frits van Beusekom - de toenmalige Directeur Terreinbeheer van SBB - in samenspraak met Poortinga de centrale figuur was. In dit laatste geval was het aanvankelijk de bedoeling om de paarden in de Ooijpolder te introduceren. De dieren hebben daar wel enige tijd rondgelopen, maar omdat natuurlijke begrazing toen kennelijk nog te revolutionair was en er veel weerstanden waren, is daar later van afgezien en zijn de dieren uiteindelijk en pas enkele jaren later naar de Oostvaardersplassen gegaan. Vooral door de natuurlijke begrazing heeft de Oostvaardersplassen de Europese (ecologische) allure gekregen zoals we die nu kennen.

Tegenwoordig zijn ook elders in Nederland en zelfs in Europa konikpaarden in tal van natuurontwikkelingsprojecten te bewonderen. Bijvoorbeeld de populatie in het natuurontwikkelingsgebied De Millingerwaard in de Ooijpolder bij Nijmegen en het reeds genoemde Ennemaborg in Groningen. Gelukkig zijn beide gebieden vrij toegankelijk voor belangstellenden.




Konikpaarden zijn tegenwoordig in veel natuurgebieden overal in Europa aan te treffen.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Temperament
De tarpan was een middelgroot mobiel paard met een vriendelijk en nieuwsgierig karakter. Het waren levendige en intelligente dieren die gemakkelijk in de omgang waren met mensen. De dieren behielden desondanks een sterk onafhankelijk karakter dat we nog steeds aantreffen bij de huidige koniks. Konikpaarden schijnen er plezier in te hebben om als rijpaard gebruikt te worden, de berijder kan er dan echter niet geheel zeker van zijn waar de rit naar toe gaat. Ze houden er niet van om te worden voorgeschreven wat er moet gebeuren, alleen heel veel geduld wil soms een beetje helpen. Het blijven onafhankelijke dieren die zich niet gemakkelijk laten dwingen. Bij krachtig aandringen zullen ze gemakkelijk weigeren om mee te werken.