Artikel

Pretparkbeheer


Natuurbescherming verwordt tot pretparkbeheer!
Een eeuw geleden werd natuur in ons land daadkrachtig ontgonnen. Onnutte grond immers, alleen goed om de levensstandaard van de bevolking op een hoger peil te brengen. Omdat armoe toen in brede lagen van de bevolking troef was, konden de natuurbeschermers van het eerste uur wel enig begrip opbrengen voor een aantal van de draconische ontginningen van onze 'woeste gronden'. Tegelijk stonden zij echter pal voor het beschermen van de natuur om de natuur.




Door: Jacques de Raad, Gerard Ouweneel & Rob Bijlsma
Dit artikel is eerder in de Levende Natuur gepubliceerd

Dit artikel is op 03-02-2011 geplaatst




Inmiddels zijn we honderd jaar verder. We hebben natuur en landschap grondig uitgekleed, maar het doel is bereikt. Nederland behoort tot de welvarendste landen ter wereld. Over mensen hoeven natuurbeschermers zich dus niet druk meer te maken, zou je denken. Temeer daar er voor ieder probleem wel een hulpverlener klaar staat. Nee, de mens heeft het zo slecht nog niet. Desondanks blijkt de Rode Lijst der Rode Lijsten door de diersoort mens te worden aangevoerd. Die heeft het klaarblijkelijk nog steeds moeilijk, nu met welvaartskwalen als stress, vervreemding, overgewicht, vrije tijd ... het houdt niet op. En dus, in de woorden van ons landbouwministerie: 'natuur voor mensen, mensen voor natuur'. Het ziet ernaar uit dat de organisaties die onze natuurterreinen beheren die woorden, al dan niet onder de druk van door dat ministerie aan zaken als Programma Beheer, Nationale Parken en Natura 2000 gekoppelde subsidiegelden, onverkort hebben overgenomen. De natuur als reddingsboei voor de ontwrichte en lijdende mens. Met als bijkomend voordeel dat de paar resterende snippers 'woeste grond' alsnog productief kunnen worden gemaakt. Of, zoals de huidige voorzitter van Natuurmonumenten het direct na zijn aantreden verwoordde: 'het landschap moet je veel beter vermarkten'. Een 'slip of the tongue', denkt u? Was het maar waar. Het gedachtengoed van LNV is de norm onder natuurbeschermingsorganisaties geworden: begin over natuur, en het gaat over mensen.



Feiten
Eerst maar wat feiten. Nederland is ongeveer 40.000 km2 groot. De bevolking groeide van 5 miljoen rond 1900 naar 10,5 miljoen in 1960 en 16,5 miljoen thans. Halverwege de vorige eeuw, tijdens de opbouwjaren, was het volume vrije tijd nog gering. Maar rond 1975 bedroeg dat al ruim 45 uur per persoon per week. Sindsdien bleef het nagenoeg gelijk. Het autoverkeer nam vanaf 1960 ruim negenvoudig toe naar 139 miljard reizigerskilometers in 2007. De overheidsuitgaven voor recreatie en natuurbescherming, een veelzeggende samentrekking van tegenstrijdige belangen, explodeerden van ruim 10 miljoen in 1960 naar 1,6 miljard in 1993 (gemeten in guldens). Tegelijkertijd daalde de oppervlakte aan natuur tussen 1950 en 2006 van 508.000 ha naar 484.000 ha. In andere woorden: meer mensen, meer vrije tijd en grotere mobiliteit, maar minder natuur. Die natuur is bovendien in een deplorabele staat. De rapporten van het Milieu en Natuur Planbureau spreken wat dat betreft boekdelen. Alle reden dus om er bij de bescherming van natuurgebieden een schepje bovenop te doen. Tot onze verbazing en ontsteltenis gebeurt het tegen deel: natuurgebieden worden aan de man gebracht als decor voor mensen. We lezen in 'Ruimte in het bos' van de Commissie Evaluatie Staatsbosbeheer onder meer: 'Staatsbosbeheer moet bossen aantrekkelijker maken voor recreanten en zich niet uitsluitend richten op het beschermen van dieren en planten'. Er wordt georeerd over 'aandacht geven aan bewegingsnatuur en gebruiksbossen'. Want, aldus de commissie, 'als biodiversiteit te technocratisch benaderd wordt, zal dit extra maatschappelijke weerstanden opleveren'. Toegegeven: Staatsbosbeheer heeft naast natuurbehoud ook houtproductie en recreatie als doelstelling. Die laatste prevaleert steeds meer, ten koste van natuurbehoud.



Mensenwensen
Het primaire belang van natuurorganisaties lijkt intussen meer te liggen bij de bescherming en uitbreiding van ledentallen, de koestering van mensenwensen (inderdaad, het taalgebruik is navenant gedevalueerd) en het (laten) maken van afwegingskaders, verkenningen, visies, werkdocumenten, toetsingskaders, doelenplannen, streefwaarden, strategieontwikkelingen enz. dan bij het beschermen van de natuur. In de natuurgebieden krijgen oog en oor dan ook het nodige te verwerken. Je hebt je nog niet omgedraaid, of er is een nieuwe route voor alweer een nieuwe doelgroep aangelegd. Hartje winter schallen de Tjiftjaffen, Koekoeken en Groene kikkers je via klankpalen tegemoet. In 'speelbossen' is het een herrie van jewelste. En altijd kunnen er meer bordjes, banken, paden, hondenravotplaatsen, kanoroutes, uitkijktorens en informatiepanelen bij. Ja, Natuurmonumenten bestaat het zelfs om onder het motto van 'wist u dat er plekjes zijn waar nog nooit een mens heeft gelopen', onder haar leden een inzamelingsactie te houden om ook die plekken bereikbaar te maken. Bezorgd als we zijn lezen wij in de avonduren de honderden wetenschappelijke artikelen die de invloed van de menselijke verstoring op planten en dieren als onderwerp hebben. Mens en natuur gaan niet goed samen, zoveel is wel duidelijk. Mensen hebben een nadelige invloed op ruimtegebruik, gedrag, groei, voedselopname, broedsucces..., wat niet al. Niettemin lijkt elke rem om de schaarser wordende natuur verder in te richten voor het publiek te ontbreken. Beleidsmedewerkers weigeren klaarblijkelijk kennis te nemen van de resultaten van al dit wetenschappelijk onderzoek of om zichzelf in het veld op de hoogte te stellen van de situatie. De terreinen van de beherende organisaties zijn al voor meer dan 90% op enigerlei wijze opengesteld. De afgelopen decennia zijn de bezoekersaantallen daar vele malen over de kop gegaan, niet zelden met duizenden procenten. Recreatieschappen klagen intussen dat er te weinig natuurgebieden voor het publiek zijn opengesteld en er teveel beperkingen gelden. En het publiek? Dat heeft zich snel aangeleerd dat in de natuur alles mag en alles van iedereen is.



Vermarkting
AI deze 'rupsjes nooitgenoeg' hebben hun eigen redenering voor de noodzakelijkheid van die openstelling. De recreatieondernemers zijn daarin het eerlijkst: inkomen, hoe meer hoe beter. De overheid beroept zich op de heilzame werking van natuur op mensen en op de inzet van publieksgeld. Voor wat hoort wat, nietwaar? Bij natuurbeschermers ligt het woord draagvlak in de mond bestorven. Allemaal onzin. Wij zien niet in waarom recreatieondernemers überhaupt iets te zeggen zouden moeten hebben over natuurgebieden. Hun natuurlijke habitat omvat recreatie-en pretparken. En 'voor wat hoort wat'? Publieksgeld stoppen in natuur betekent niet dat mensen er dan ook per definitie profijt van moeten hebben. Kinderen neem je tenslotte ook niet om er geld aan te verdienen. Integendeel, ze kosten veel geld maar worden desondanks met zorg en liefde opgevoed. Indien de overheid alleen geld wil uitgeven voor natuur als daar uitbating tegenover staat, dan maar niet. Soms is geld weigeren beter dan aannemen. Tot slot het draagvlak. De huidige bezoekers van natuur zijn vooral consumenten. Ontneem ze hun 'recht' op het uitlaten van honden, ontzeg ze de toegang, spreek ze aan op onbehoorlijk gedrag of vraag wat er voor hen nog ontbreekt in natuurgebieden (jazeker, zelfs daarover worden enquêtes gehouden), en luister naar wat er dan komt bovendrijven. Jawel, eigenbelang. De 'vermarkting' van natuurgebieden heeft juist het draagvlak voor natuur om de natuur drastisch verminderd. Aan het voorafgaande is veel toe te voegen. We doen dat niet. We pleiten ervoor dat de natuurbescherming haar primaire taak, de bescherming van de natuur, weer zwaarder laat wegen dan de zorg om mensen en ledentallen. We pleiten voor een hardere opstelling tegen de tijdgeest van marktdenken. Laat wetenschappelijk onderzoek de basis vormen voor terrein beheer. Intensiveer het toezicht door eigen personeel, in plaats van het af te breken . Dat toezicht mag bovendien strenger. We zien uit naar afsluiting van meer (delen van) terreinen, opdat planten en dieren ongestoord kunnen leven. Wie weet keert dan de liefde -en daarmee de zorg -voor natuur terug binnen de organisaties die indertijd zijn opgericht om de flora en fauna te beschermen tegen de 'force malfaisante' in de mens, te weten winzucht, achteloosheid, verruwing en vernielzucht, zoals H. Cleyndert Azn. dat verwoordde in een boek dat in 1956 verscheen bij het Gouden Jubileum van Natuurmonumenten. Zo is het maar net. Weg dus met alle plannen voor nóg meer recreatie in onze natuurgebieden. Natuurbeschermers, bescherm de natuur!


J.A. de Raad Meije 59, 2411 PJ Bodegraven oenanthe@planet.nl
G.L. Ouweneel Lijster 17, 3299 BT Maasdam glo@xs4all.nl
R.G. Bijlsma Doldersummerweg 1, 7983 LD Wapse rob.bijlsma@planet.nl


Bron
Raad, Jacques de, Gerard Ouweneel & Rob Bijlsma (2010): Natuurbescherming verwordt tot pretparkbeheer! De Levende Natuur. Wageningen. Bladzijden: 146-147.