Artikel

Bosbouw & houtoogst


Wat betekent de bosbouwsector in Nederland?


Dit artikel is op 01-01-2009 geplaatst


De vier belangrijkste houtstromen uit Nederlandse bossen, in vermoedelijk de juiste volgorde van belangrijkheid, zijn:


Het hout wordt versnipperd voor het maken van spaanplaten;
Het hout wordt versnipperd voor het maken van krantenpapier;
Het hout wordt verkleind en gekloofd voor brandhout in kachels;
Het hout wordt versnipperd om te verbranden voor het opwekken van warmte en elektriciteit.



Houtoogst voor het winnen van hout als bouwmateriaal voor huizen en meubels, is in de totale stroom van uit Nederlandse bossen afkomstig hout zo klein, en ook zo wisselend aangeboden, dat deze geringe component moeilijk meetbaar is. Vrijwel al het hout voor dergelijke hoogwaardige toepassingen komt uit het buitenland. Dit komt niet omdat buitenlands hout in beginsel beter van kwaliteit zou zijn, of dat sommige landen over meer bos beschikken, maar uitsluitend omdat de bedrijfstak daar vaktechnisch op een hoger niveau staat. Daarbij valt niet te ontkennen dat Nederland een concurrentienadeel heeft omdat het relatief gering areaal bos van ongeveer tien procent relatief klein en erg versnippert is - we blijven versnipperen ;-) - om voldoende professioneel en dus concurrerend met het buitenland te zijn. Ruim tachtig procent van onze bossen is kleiner dan vijf hectare. Slechts zo’n 13 procent is groter dan 500 hectare en beslaat in totaal 49.000 hectare.

Toch is de kwaliteit van Nederlands hout door de bank genomen matig tot slecht, omdat veel gebruik gemaakt wordt van snelgroeiende boomsoorten in korte omlooptijden als populier maar vooral grove den. Dit is bedrijfstechnisch en strategisch gezien een slechte keuze gebleken en kennelijk heel moeilijk omkeerbaar. Immers bij gebruik van betere boomsoorten voor de houtproductie, het gaat dan vrijwel altijd om hier van nature voorkomende boomsoorten, als linde, zomer- en wintereik, taxus, beuk, iep, enzovoort, om maar te zwijgen van de exclusieve en zeer kostbare houtsoorten als elsbes, appel, kers, noten, enzoverder, meest inheemse soorten die feitelijk al nauwelijks meer in onze bossen voorkomen, moet eerst geïnvesteerd worden voordat pas later, vaak veel later, geoogst kan worden. De bosbouwsector in Nederland is gewoon niet in staat gebleken om deze negatieve spiraal van laagwaardig pulphout te doorbreken. Terwijl de rijksoverheid nota bene rond de 70’er en 80’er jaren van de vorige eeuw een grote campagne op touw zette om de Nederlandse bosbouwsector zodanig om te vormen dat zij als hoofddoelstelling van ongeveer 7 à 8 procent zelfvoorzienend toen, naar 25% hout uit eigen bossen van het totale verbruik aan het begin van de 21e eeuw nu, zou kunnen doorgroeien. Dit overheidsbeleid is volkomen mislukt, de zelfvoorzieningsgraad is integendeel niet verhoogd en het aandeel van hoogwaardige toepassingen van inlands hout eerder af dan toegenomen. Feitelijk is de zelfvoorzieningsgraad vrijwel gelijk gebleven en zal nu acht procent bedragen.

Feitelijk is er sindsdien weinig in de bosbouw veranderd. De Nederlandse bosbouw is nog steeds structureel verliesgevend en kan zonder heel veel subsidies niet overleven. U en ik betalen in de meeste gevallen dus flink mee bij elke boom die in onze bossen wordt gekapt en in de houthandel wordt gebracht. In het geval een boom of delen ervan in een natuurgebied wordt geveld en afgevoerd is er altijd sprake van ecologisch verlies.


Bosbouw of natuurbeheer?
Inhoudelijk hebben wij geen bezwaar tegen bosbouw. Wij zien het telen van bomen als het telen van erwten en bonen en dat is dus gewoon een vorm van landbouw en onderdeel van de agrarische sector, nuttig en zinvol, maar niet in natuurgebieden! In natuurreservaten blijven wat ons betreft de bomen altijd onderdeel van de natuurlijke processen, waarbij alle levensfasen waardevol zijn en onderdeel blijven van het ecosysteem. Als beheerder voer je daar geen planten en dieren af om deze in de handel te brengen, òf je hebt als beheerder een duidelijk en transparant beleid om een voormalig op bosbouw gericht beheer op afzienbare termijn om te zetten in een op natuurlijke ontwikkeling gebaseerd beheer.

Het publiek wordt in onze bossen wél heel strikt aan banden gelegd. Bij het plukken van bosbessen en paddenstoelen, het meenemen van allerlei soorten planten en dieren, ja zelfs bij het bekijken van opgaande zonnen, worden zij met flinke geldboetes of meer bestraft. Dat elitaire twee-maten-beleid moet ook gaan gelden voor de beheerders, bosbouwers en jagers.






De bedrijfsresultaten van de particuliere bosbedrijven over 2001. Wonderlijke cijfers, zullen we maar zeggen… Géén wonder dus dat u de bedrijven er zelf zelden over zult horen, zelfs niet omdat zij voor een belangrijk deel door u en ik structureel financieel worden onderhouden. Bron: Landbouw Economisch Instituut (LEI).