Artikel

Modieuze warhoofderij


Mes in natuurbeleid is modieuze warhoofderij

De nieuwe wind vanuit het een paar dagen geleden opgerichte kabinet Rutte voelt nu al vlagerig kil aan. De daar uit voortgekomen suggesties van het Planbureau voor de Leefomgeving om te snijden in de uitgaven voor natuur zijn slecht en missen goede gronden.




Door: Frits van Beusekom
Dit artikel is op 19-10-2010 geplaatst




Bezuinigen kan juist goed zijn voor natuur. Met deze kop opent de redactie Groen van Trouw een debat over het natuurbeleid van het kabinet-Rutte. Zoals bekend neemt het regeerakkoord van het nieuwe kabinet de ecologische hoofdstructuur (EHS) en Natura 2000 op de korrel, beide sinds jaren speerpunt van het nationale natuurbeleid. Het Planbureau voor de Leefomgeving, een adviesorgaan van het kabinet, suggereert het mes in dat beleid te zetten. Dat is geen goed idee.

De EHS streeft het vergroten en onderling verbinden van de natuurgebieden en het verbeteren van de kwaliteit van de natuur na, Natura 2000 heeft het in stand houden van de op Europees niveau meest kwetsbare natuurgebieden als doel. Het kabinet wil fors bezuinigen op de aankoop van nieuwe natuur en het beleid bijstellen, onder meer door het schrappen van de zogenaamde robuuste verbindingen tussen natuurgebieden. Natuurmonumenten, maar ook provincies die met de uitvoering zijn belast, reageren geschokt op deze voornemens.

In Trouw pleiten twee medewerkers van het Planbureau voor de Leefomgeving, Wieringa en Bredenoord, in navolging van het regeerakkoord voor een pas op de plaats, een paar jaar bezinning en herijking van het beleid. Dat mag wijs en verstandig klinken, het suggereert niettemin dat er heel wat mis is met het tot nog toe gevoerde beleid. De twee wachten de bepleite bezinning dan ook niet af, maar nemen alvast een flink voorschot op de uitkomst: een vergaande reductie van de ambities van het tot nog toe gevoerde beleid. Zij gaan daarin aanzienlijk verder dan wat men leest in de voornemens van het kabinet.

Wieringa en Bredenoord stellen voorop dat de werkwijze van het beleid succesvol is en dat we daar absoluut niet mee moeten stoppen, maar vragen zich wel af of de doelen van twintig jaar geleden nog wel de juiste zijn. Er is immers minder geld te besteden. Ook is volgens hen de afstand tussen de bevolking en de natuur toegenomen. Moeten we ons dan niet meer richten op recreatieve natuur en minder op biodiversiteit? En welke natuur willen we eigenlijk? Nederland beschermt in het kader van EHS zo’n beetje alle natuur. Moeten we langzamerhand niet eens gaan kiezen? En zouden we ons ook niet internationaler moeten opstellen en meer moeten inzetten op ons mondiaal unieke landschap: de delta, met haar rivieren, duinen en estuaria? De Veluwe bijvoorbeeld kan dan meer voor de recreatie worden bestemd en het Drentse hoogveen moesten we maar liever afschrijven, want door het warmer wordende klimaat heeft dat toch geen toekomst. Kunnen we in plaats daarvan ons niet beter richten op het inrichten van landschappen om nieuwe soorten te verwelkomen die vanuit het zuiden oprukken?

Dit soort vragen stellen, is ze beantwoorden. Op het eerste gezicht klinken de gedane suggesties misschien niet eens onredelijk, maar de consequenties ervan zijn desastreus. In grote delen van Nederland, vooral op de zandgronden, wordt de natuur eenvoudigweg prijsgegeven. De spanning die er bestaat tussen de intensieve landbouw en de natuur is dan meteen opgelost, maar met het badwater gooit men gemakshalve ook het kind weg. Zo’n aanpak zal het bedrijfsleven in die gebieden, vooral de landbouw, zeker toejuichen, maar het is einde verhaal voor de natuurkwaliteit die we er nog overeind hebben kunnen houden.

Zit er dan niet een kern van redelijkheid in de benadering van het Planbureau? Het antwoord is nee, in het geheel niet. Vriendelijk gesteld: het is onwetenschappelijke, modieuze warhoofderij. Daarbij wordt ook nog eens de Europese regelgeving uit het oog verloren. Wieringa en Bredenoord doen met hun beweerde toegenomen afstand tussen de bevolking en de natuur zelfs een poging hun opvattingen populistisch te legitimeren. Dat lijkt mij ongepast voor vertegenwoordigers van een officieel Planbureau dat toch bedoeld is om objectief materiaal te verschaffen voor een zuivere beleidsvorming. Of wil men het nieuwe kabinet behagen?

Valt er dan helemaal niets te evalueren en te herijken aan het Nederlandse natuurbeleid? Natuurlijk wel – en dat zou best wat vaker mogen gebeuren. Maar doe dat dan op basis van feiten en degelijke analyses, trek weloverwogen conclusies en haal niet de continuïteit van een heel beleid overhoop. Dit beleid mag, dankzij de jarenlange inzet van vele partijen, publiek en privaat, best een succes worden genoemd.

Maxime Verhagen, die als nieuwe minister van economische zaken, landbouw en innovatie waarschijnlijk ook het natuurbeleid gaat verzorgen, moet zich niet door deze misser van het Planbureau voor de Leefomgeving op een dwaalspoor laat brengen.