Artikel

De Nederlandse natuur heeft te veel eigenaren


De Nederlandse natuurbescherming is in de loop van de vorige eeuw bijna net zo versnipperd geraakt als de natuur zelf. Nederland moet een National Park Service krijgen, een organisatie naar Amerikaans model die het beheer voert over alle natuurgebieden.



Door: Stefan Pasma
Dit artikel is op 29-06-2010 geplaatst




Een bonte verzameling natuurbeschermingsorganisaties beschermt nu restanten van de vaderlandse natuur. Er zijn grote organisaties zoals de Vereniging Natuurmonumenten met bijna een miljoen leden, de semi-overheidsorganisatie Staatsbosbeheer en maar liefst twaalf provinciale landschappen. Maar er zijn ook lokale spelers zoals de Stichting Nationaal Park de Hoge Veluwe en het Goois Natuurreservaat. Gevolg: veel overleg. De inefficiënte organisatie van het natuurbeheer is verwarrend voor het grote publiek en al helemaal niet uit te leggen aan natuurliefhebbers uit het buitenland.


Veluwe
Neem de Veluwe, ons grootste natuurgebied, met een oppervlak van 1000 km². Het uitgestrekte bosgebied telt vele eigenaren die allemaal iets anders doen met hun stukje bos en hun stukje hei. Er is geen integrale beheerorganisatie voor de Veluwe die met één herkenbaar gezicht naar buiten toe zou kunnen treden.  Zelfs een gezamenlijke website over de Veluwe ontbreekt, laat staan dat het hele Veluwemassief is uitgeroepen tot één Nationaal Park. Alleen twee stukken Veluws bos in het zuidelijk deel hebben die titel gekregen: de Veluwezoom en de Hoge Veluwe. De Veluwe is daarom net een volkstuinencomplex waar om ieder tuintje een hekje staat.




Noeste arbeid op de Hoge Veluwe.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






EHS
In  2018 zal de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) klaar zijn. De EHS bestaat uit natuurgebieden inclusief hun herstelde onderlinge groene verbindingen en ecoducten. De provincies zijn op dit moment druk bezig met het verwerven van stukken grond om natuurgebieden zoveel mogelijk  aan elkaar te koppelen. Een integraal en goed gecoördineerd beheer van dit groene netwerk kan vervolgens niet achterwege blijven.

Het is daarom hoog tijd voor de oprichting van een Nederlandse versie van de Amerikaanse National Park Service, een overheidsorganisatie – en dus van ons allemaal – die over alle grote natuurgebieden gaat, inclusief de ecologische verbindingszones en voorzieningen zoals als bezoekerscentra en natuurbruggen. Het doel van deze organisatie moet zijn: maximaal ruimte geven aan de natuur en de natuur ‘beleefbaar’ maken voor zoveel mogelijk bezoekers. Hoe beter zij daarin slaagt, des te beter zal het voortbestaan van planten- en diersoorten in Nederland zijn gewaarborgd en des te groter zal het draagvlak in de samenleving voor deze activiteiten zijn.




De ‘natuurbrug’ in het Gooi die op spectaculaire wijze versnipperde gebieden weer op elkaar laat aansluiten.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Mix
Sommige natuurgebieden zullen anders moeten worden beheerd. De meeste natuurgebieden worden nu als een mix van cultuur-, landbouw- en natuurlandschap beheerd. De natuur zelf staat tot op heden in deze gebieden dus helemaal niet centraal. Zo worden op de Hoge Veluwe, eigendom van de gelijknamige stichting, met intensief beheerde heide en hakhoutbosjes in stand gehouden. Het is een beetje van alles wat in veel van de bestaande natuurgebieden. Het is vreemd dat de natuur zelf in al deze natuurgebieden nergens centraal staat. Het kan ook anders wanneer de natuur wél op de eerste plaats komt. Sommige natuurgebieden zullen er dan ook anders gaan uitzien: natuurlijker, grootschaliger maar ook toegankelijker. Voorbeelden zijn de Gelderse Poort bij Nijmegen en het natuureiland Tiengemeten in het Haringvliet.


Eigen benen
De beheerders van deze nieuwe natuurgebieden interveniëren zo min mogelijk in de natuur; de natuur mag daar zoveel mogelijk op eigen benen staan. En met succes, want in deze, overigens relatief jonge natuurgebieden, zijn al vele planten- en diersoorten teruggekeerd die uit Nederland waren verdwenen. Bovendien zijn recreanten hier van harte welkom; ze mogen bijna overal gaan en staan waar ze  willen. Ook buiten de paden, wat in oudere natuurgebieden meestal niet mag.




Kijk, nu hoort u het ook eens van een ander.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer






Lommerrijke landgoederen
Zullen de prachtige cultuurlandschappen met heide, bloemrijke hooilanden en lommerrijke landgoederen niet de dupe worden wanneer  de natuur haar gang mag gaan? Cultuurlandschappen worden immers gevormd en blijven in stand door interactie tussen de landbouwende mens en elementen uit de natuur. Deze extensieve agrarische landschappen kunnen echter veel beter beschermd en behouden worden door ze te integreren met duurzame landbouw buiten de grote natuurgebieden. Boeren zijn nu eenmaal niet gediend van dieren uit de vrije natuur, zoals wilde zwijnen die hun akkers overhoop halen op zoek naar voedsel.




Grote aaneengesloten natuurgebieden (EHS) waar de natuur centraal staat, zoals hier in de Oostvaardersplassen, naar voorbeeld van de grote Noord-Amerikaanse nationale parken.

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer.





Hier de indrukwekkende Oostvaardersplassen gezien door de ogen van een kraanvogel, zeearend, visarend, zwarte wouw, vale gier, monniksgier, regenwulp, houtsnip...

Foto: © Stichting Kritisch Bosbeheer.






Het zal niet makkelijk zijn om al die grote en kleine natuurbeheerders onder één paraplu te krijgen. Echter: de Nederlandse natuur die vanaf 2018 één groen netwerk vormt, kan niet meer zo versnipperd beheerd worden zoals dat de afgelopen decennia het geval was. Welke grote Nederlandse natuurbeschermingsorganisatie gaat deze handschoen oppakken?


Stefan Pasma is publicist en oprichter van Ongerepte-Natuur.nl. Dit artikel is eerder op 24-12-2009 in de Volkskrant verschenen.