Artikel

Wolven- en lynxenjacht in Zweden


Eind 2009 heeft de Zweedse overheid besloten om na 45 jaar de jacht op wolven weer toe te staan. Dit gebeurde onder strikte voorwaarden en met verplichte deelname aan begeleidend wetenschappelijk onderzoek. Daardoor zijn er, nu de jacht voorbij is, interessante gegevens beschikbaar gekomen waarnaar we normaal bij jachtpartijen in binnen- en buitenland maar naar moeten gissen. Ik bespreek deze in dit artikel.



Door: Ruud Lardinois



Dit artikel is op 29-01-2010 geplaatst
Dit artikel is op 02-05-2010 bijgewerkt




Eind 2009 werd bekend dat de Zweedse overheid de jacht op wolven weer wilde toestaan. In tal van landen in Europa is daar heftig op gereageerd en de meeste kranten en tv-stations besteedden er aandacht aan. Ook in Nederland was er veel aandacht voor. Krantenpublicaties op internet en internetfora gaven voorts een boeiend inkijkje in de meningen van de lezers. Over het algemeen reageerden de mensen negatief op het openstellen van deze jacht. Neutrale of positieve reacties waren er eigenlijk alleen op jachtfora. De heftige reacties uit heel Europa zijn overigens prima tot de Zweden doorgedrongen. Het is niet verkeerd dat zij weten dat wij over hun schouders meekijken. Wie een en ander nog eens wil nalezen kan terecht op de Telegraaf en hier in Trouw.


Ik heb de indruk dat de Zweden meer ontspannen reageren op conflicten rond wilde dieren in de natuur dan wij hier in Nederland. In ons land wordt geschat dat tussen 0,1 en 0,2 procent van de automobilisten jaarlijks een aanrijding heeft met een wild dier als das, wild zwijn, ree, edelhert of damhert. Dit zijn de ongelukken met echte schades aan voertuig of inzittenden (de cijfers hierover zijn overigens niet erg nauwkeurig). In Zweden is dit cijfer alleen voor elanden 0,01 %. Ik noem hier bewust het Zweedse cijfer voor de eland, omdat een aanrijding met dit enorme dier heel vaak tot ernstige consequenties voor voertuig en inzittenden leidt. Toch worden de maatregelen om aanrijdingen te voorkomen, beheerst en doeltreffend genomen. De Zweden zien de oplossing in het aanleggen van rasters langs wegen in combinatie met veilige gecontroleerde oversteekplaatsen voor de dieren en niet in de intensivering van de jacht. Ook is het Zweedse publiek toleranter ten aanzien van problemen rond vrij levende wilde dieren dan wij in ons land gewend zijn. Ook als het om roofdieren als beren en wolven gaat, bijvoorbeeld bij verliezen aan huisdieren. Zo is naar mijn indruk ook het besluit om de wolvenjacht te heropenen weloverwogen genomen en tevens met strikte voorwaarden en wettelijke sancties omgeven. Dat de auteur dezes dit besluit volstrekt onjuist vind is hier alleen vermeld om een mogelijk misverstand te voorkomen.

Vóór we dit overheidsbesluit toelichten eerst een schets van de situatie waarin de wolf verkeert. De wolf was ook in Zweden uitgeroeid en wel om de bekende universele redenen: een onnut dier dat alleen maar overlast veroorzaakt en een bedreiging vormt voor mens en zijn huisdieren en ook nog zijn jachtwild als herten, zwijnen en elanden opeet. Opruimen dus, en met alle beschikbare middelen, soms met overheidssubsidies als toegift, met middelen en methoden waarvan een beschrijving je de haren te berge rijzen.



Zweedse jagers op jacht





De Wolf in Zweden was rond het begin van de jaren zestig dus volkomen uitgeroeid. In Rusland daarentegen werden in die jaren vele tienduizenden wolven jaarlijks alleen om het bont in klemmen gevangen (afschot beschadigd het bont). Wolvenbestrijding omwille van (preventief) probleemvermijding bestaat in dat land nauwelijks. De wolf wordt aldaar meer als een normaal natuurverschijnsel gezien waar prima mee te leven valt. Vanaf de jaren zestig daalde het jaarlijkse afschot in Rusland echter en in sommige gebieden werd de jacht op wolven zelfs gestaakt omdat de bonthandel in het slop raakte. Sindsdien groeiden de populaties in Rusland. Dit herstelproces is door mij eerder en uitgebreider en in een Europese context [1] beschreven. De groei van de Russische wolvenpopulatie maakte zodoende een gestage migratie naar het ‘lege’ westen mogelijk. In de 60’er en 70’er jaren van de vorige eeuw verschenen zodoende steeds vaker wolven langs de gehele westgrens van het Oostblok. In het grensland Finland is de bestrijdingsjacht nooit verboden geweest. Daarom werd daar relatief laat pas in de 90’er jaren duidelijk dat enkele individuele wolven er desondanks in waren geslaagd om via deze barrière in Noorwegen en later in Zweden door te dringen. Ook in Noorwegen was er tot op heden een nooit onderbroken jacht op vrijwel alle soorten roofdieren, niet alleen wolven maar ook lynxen, veelvraten en beren zijn daar hun leven tot op de huidige dag niet zeker. Ook heeft de jacht in Noorwegen nog steeds het karakter van een regelrechte vervolging. De dieren worden er met regelmaat zonder scrupules vanuit helikopters opgejaagd, afgemat en afgeschoten. Tot op heden zijn daarom de hergevestigde populaties roofdieren in Noorwegen uiterst marginaal gebleven en de wolven op de vingers van twee handen te tellen. De groei wordt mogelijk ook beperkt doordat een groot deel van de Zweedse en Noorse grens met een hoog raster is afgesloten om de aldaar welig tierende Noorse schapenteelt tegen onder meer grazende rendieren te beschermen. Immigratie is zo natuurlijk een stuk moeilijker. Vanouds konden de Samen met hun rendieren normaal de grens passeren, tegenwoordig is ook dat veel minder het geval.

Toen de eerste wolven uit Rusland Zweden bereikten is daar meteen al in de 60’er jaren een strikt jachtverbod ingesteld. Regelmatig zijn er overtredingen geconstateerd die tot juridische procedures leidden. Vorig jaar nog is een Zweedse jager door de rechter veroordeeld vanwege een illegale wolvenjacht. Gezien de aangehouden jacht in Finland is de wolven-immigratie naar Zweden zeer miniem geweest. Op grond van verzameld DNA-materiaal wordt aangenomen dat de huidige Zweedse populatie van 210 wolven gegroeid is uit slechts drie wolven. Dat is genetisch gezien een veel te smalle basis voor een gezonde en duurzame populatie. Het is mogelijk dat dit zich al na enkele generaties negatief zal wreken in een verminderde vitaliteit.



Geschoten wolf





Dit is ook mijn eerste bezwaar tegen de nu geopende jacht op de wolf in Zweden: de populatie is nog veel te klein en genetisch arm. Er zouden geen dieren moeten worden afgeschoten, er zouden onverwandte dieren moeten worden geherintroduceerd! Het motief om al na enkele decennia van voorzichtig herstel de jacht op wolven te openen is dan ook niet genomen omdat het voortbestaan intussen is gegarandeerd. Overigens is het officiële Zweedse cijfer van 210 wolven ook maar een gok, want wolven laten zich moeilijk monitoren en zijn niet eenvoudig als schaapjes te tellen, het kunnen er evengoed tweemaal zoveel of tweemaal zo weinig zijn. Aantalsregulatie kan nooit een valide argument zijn om de populatie op 210 te stabiliseren. Stel dat een gemiddeld Zweeds wolvenpak uit vijf dieren bestaat (de sociaal levende wolf is streng familiair en hiërarchisch georganiseerd), dan kunnen onder normale omstandigheden deze 40 wolvenpak’s maximaal 150 tot 200 jongen per jaar voortbrengen. Deze welpen zullen zich niet alle vestigen en een volwassen stadium bereiken. Er zijn verschillende natuurlijke regulatiemechanismen onder wolven werkzaam, waardoor de populatiegroei sterk wordt beperkt. De nu ingezette preventieve regulatie, het vrijgegeven afschot van 27 dieren, kan echter al gemakkelijk na één seizoen weer zijn aangevuld. De nadelen van een heropende jacht zullen desondanks enorm zijn. De jacht veroorzaakt grote onrust binnen de paks. Sociale verbanden worden verbroken en de migratie wordt vergroot. Er duiken plotseling wolven op binnen gebieden waar ze eerder niet voorkwamen. Voorlichting en voorbereiding van de bevolking is dan niet meer mogelijk. De werkelijke reden van de overheid om de wolven te gaan bejagen, is gelegen in het feit dat wordt toegegeven aan het belang en het gevoel van de jagers. Wat is er aan de hand?




Doodgeschoten wolfsvrouwtje





De Elandjacht.
Eerder was ook de eland in Zweden tot op een vijftigtal dieren na verdwenen. Op dit moment heeft vrijwel elke Zweed wel een jaarvoorraad elandvlees in de vrieskist liggen. Ook heeft vrijwel elke supermarkt elandvlees te koop. De populairste jacht is de elandenjacht op intussen zo’n half miljoen dieren. Deze jacht is iets voor stoere mannen, want elanden laten zich echt niet zo maar verschalken, ze zijn uiterst waakzaam en snel, terwijl ze nog verdraaid gevaarlijk kunnen zijn ook. Voeren en veilig schieten vanaf een hoogzit, zoals wij dat in Nederland vaak doen met edelherten en varkens, kan ook met elanden, maar past niet in de Zweedse jachttraditie. Het geeft de jager kennelijk te weinig voldoening om zo een imposant dier en dus megaschietschijf eenvoudig door de poten te laten zakken. Nee, veel spannender is de gebruikelijke manier om met een grotere groep van rond tien tot twintig jagers een eland te lokaliseren, deze geleidelijk op te drijven om hem vervolgens in de vlucht neer te leggen. Het is een sociaal jagerswerkje, waar je al gauw een hele dag mee bezig bent. Een voldaan gevoel, wat stoere verhalen bij de open haard en een volle vrieskist is je loon. Om dit mogelijk te maken staan de jagers met walkie-talkies of mobiele telefoons met elkaar in contact. De groep wordt door één of twee jagers gecoördineerd die daarvoor een goede zichtpositie hebben ingenomen. Maar ook met deze jachtmethode ontkomen toch veel elanden. Een herkansing zit er dan niet meer in, de dieren worden er ongelooflijk schuw door. Daarom is de volgende meer moderne jachtmethode erg populair geworden, die, zeg de laatste twintig jaar veel wordt toegepast. Deze jachtmethode draait volledig op de hulp van afgerichte honden. De werking is even simpel als doeltreffend. De getrainde honden worden het terrein ingestuurd en pakken altijd wel ergens in het terrein een elandspoor op en vervolgen dat. Bij een eland aangekomen slaan de honden aan. Het gezelschap jagers kan de eland dan betrekkelijk eenvoudig lokaliseren, naderen, insluiten en het schot lossen (het is hier in een paar woorden beschreven, in de praktijk kan er wel een uur of meer mee gemoeid zijn). Op dit moment bestijgen de wolven het toneel, want sinds een jaar of vijftien zijn deze met inderdaad enkele honderden dieren aanwezig. De verwantschap tussen wolven en honden is groot. Een hond is zeer sociaal en bind zich als het baasje dat belieft voor het leven aan zijn baas en de familie. Ook een wolf doet dat. Het wolvenleven speelt zich af binnen de wolvenfamilie, het wolvenpak. Alles wordt gezamenlijk ondernomen, is uiterst nauwgezet en hiërarchisch georganiseerd, er wordt informatie uitgewisseld, gejaagd, ervaring opgebouwd, het territorium bepaald èn verdedigd. Hier wordt het spannend. Plotseling blaffen er in het terrein een of meerdere honden, de wolven raken geweldig geïrriteerd; vannacht hebben ze nota bene nog hun geurvlaggen op hun territoriumgrenzen ververst en daar staat een stelletje vreemde indringers die daar lak aan hebben. In géén tijd zijn de wolven ter plekke en maken resoluut een einde aan de kwelgeesten. In minder dan een paar minuten is er niks meer van de honden terug te vinden en als de jagers met geweren ter plekke verschijnen is het jachttoneel allang leeg. Een eland is voor de wolven natuurlijk een veel interessanter buit, maar wolven zijn in de Zweedse situatie voor een gezonde eland geen partij. Daar beginnen ze echt niet aan en honden smaken ook prima. Dan sta je daar als stoere jager: geen eland te zien en ook je hond weg. De wolf is daarom als vanouds opnieuw de grote kwelgeest die het jachtplezier behoorlijk kan verzieken.


De wolf heeft altijd een slechte naam gehad. Het was voor de (jagende) mens een schadelijk of in elk geval een gevaarlijk, onnuttig of overlast bezorgend roofdier, dat alles uitmoordde. Juist vanwege verziekte elandjachten staan de laatste jaren de Zweedse kranten weer bol van het gejammer door jagers over een ‘veel te veel’ aan wolven. Alles erg vergelijkbaar met de telkens weer oplaaiende ‘discussies’ over de jacht in Nederland. Een teveel aan edelherten? De jacht lost het wel op. Een teveel aan zwijnen, natuurlijk doen wij jagers wat ‘noodzakelijk’ is. Zelfs in de Oostvaardersplassen, waar de herten, paarden en runderen “massaal creperen”, wordt het maar niet stil. Jaarlijks vlamt het debat weer op en iedereen bemoeit zich er mee. Het maakt dan niet meer uit of er hele of halve waarheden worden gesproken. De meeste beweringen ontstijgen niet het niveau van die van Jomanda. Toch wordt de maatschappelijke druk bij de beleidsmakers wel degelijk gevoeld. Onze politieke elite wordt er bloednerveus van. Alléén daarom is in Zweden de jacht op wolven geopend en uitsluitend om de blaffende keffertjes tegemoet te komen. Men hoopt daarmee het gekrakeel een beetje te kanaliseren en het ‘draagvlak’ te vergroten. Opvallend is echter dat het vrijgeven van het afschot onder heel strikte voorwaarden is gebeurd. Daar kunnen wij in Nederland nog wat van leren. Juist door die voorwaarden is er met deze jacht ook belangwekkende informatie beschikbaar gekomen. Informatie die anders nooit zou zijn verkregen.


Slechts 27 wolven werden voor afschot vrijgegeven. Iedereen die bevoegd was om te jagen mocht zich bij de overheid aanmelden voor een vergunning. Daarbij werd door de overheid nadrukkelijk aan de jagers gevraagd om uitsluitend ‘zwakke’ dieren te schieten. Gedurende de jacht verplichtten de deelnemers zich voorts tenminste elk uur per gsm bij de afdeling wildbeheer van het Naturvardsverket-instituutte te informeren of tot dat moment mogelijk het gestelde aantal van 27 dode wolven zou zijn bereikt. Daarna zou de jacht automatisch per direct zijn gesloten. Uiteindelijk zijn er 28 wolven geschoten die voor verplicht onderzoek moesten worden ingeleverd. De huiden zouden later naar de jagers teruggaan.

De geschoten wolven werden aldus onderworpen aan een zorgvuldige autopsie. De eerste opmerkelijke vaststelling was dat zonder uitzondering alle 28 wolven vóór afschot in een uitstekende gezondheid bleken te verkeren. Het voornemen om alleen verzwakte dieren te schieten is daarmee volkomen mislukt. We gaan verder. Onder de 28 geschoten dieren bevond zich nota bene één alpha-paar. De pups, intussen halfwas, die het paar het afgelopen seizoen heeft voortgebracht, zwerven dus nu ergens als wees rond. Deze onvolleerde en onervaren dieren zijn in de koude Zweedse winter vrijwel kansloos. Verder is vastgesteld dat 20% van de wolven niet goed is beschoten. De kogels bleken deze dieren te hebben verwond, waarna ze met herhaalde schoten alsnog zijn afgemaakt. Er is "slecht, ondoelmatig en waarschijnlijk door de jachtspanning te vroeg en overhaast geschoten" aldus een medewerker van het Grimsö-instituut, die verhaalt van een bloederige onderzoekstafel waar de binnenkanten van de 28 dode wolven zijn bestudeerd. „Op grond van deze onderzoeksgegevens is er een gerechtvaardigd vermoeden dat veel meer wolven zijn aangeschoten en al of niet gewond zullen zijn ontvlucht en ontkomen”. Naar hun lot kan men raden.





Elandkoe in een Zweeds bos. © Stichting Kritisch Bosbeheer.



Het superdemocratische Zweden heeft geprobeerd met een beperkt opengestelde jacht op wolven het jagende deel der natie tot rust te brengen. Immers, elke jager kon zich voor een vergunning inschrijven, maar wel onder voor iedere jager gelijke en strikte voorwaarden. Voorts zou elk geschoten dier voor onderzoek beschikbaar gesteld moeten worden. Daarmee konden dus, zij het op ‘afstand’, ook buitenstaanders, onderzoekers en onafhankelijke niet-jagers meekijken. Het ging er dus wel heel anders aan toe dan bij de wel zeer elitaire jacht zoals die zich bij ons achter zware gordijnen afspeelt. In Nederland wordt de jacht immers overgelaten aan een kleine elite-incrowd - in de topjachten met een opvallend groot aandeel politici als recreatieve uitvoerders. Er zijn daarvoor zelfs gebieden die alleen hierom voor het publiek speciale aangepaste openingstijden hebben ingesteld, zoals het wildpark de Hoge Veluwe. Als daar gejaagd wordt komt het publiek er niet in. Er is een strikt afgeschermde monopolistische groep die er de dienst uitmaakt. Plannen worden in achterkamertjes gemaakt en niemand mag er bij zijn als de heren hun hobby uitoefenen. Partijen als provincies, Natuurmonumenten, het Gelders Landschap en Staatsbosbeheer hebben wèl toegang tot die groep en kunnen, als ze dat willen, toezicht uitoefenen. Dat ze dat niet of onzichtbaar doen, is ze zwaar aan te rekenen. Zij zouden net als in Zweden kunnen bedingen dat onderzoekers, maar ook bijvoorbeeld leden van De Faunabescherming en andere onafhankelijke en kritische partijen, kunnen meelopen en er in ieder geval voor zorgen dat die partijen niet meer worden buitengesloten van een van de belangrijkste en diepst ingrijpende beheersmaatregelen bij het ‘natuurbeheer’.


De jacht in Zweden bleek dus prutswerk van de bovenste plank. Het was gewoon botte-bijl-werk. Dat blijkt wel vaker als er onafhankelijk onderzoek naar kan worden gedaan. Jacht en jagen zou tot het uiterste moeten worden beperkt omdat het ernstige bijwerkingen heeft: het middel is vaak erger dan de kwaal. Ondanks het uitdrukkelijke verzoek om alleen zwakke dieren te schieten, bleken alle geschoten wolven in topconditie. Er is voorts ernstig dierenleed aan gezonde dieren toegebracht. Ook dat is een algemeen verschijnsel, het hoort bij de jacht op wilde dieren die zich proberen te onttrekken aan de jager en aan de dood. Jagers komen daar niet voor uit, integendeel, het wordt gemaskeerd en afgeschermd. Jacht bedreigt niet alleen de bejaagde soort. Ook het ecosysteem krijgt de rekening gepresenteerd. De niche die wolven vervullen kan onmogelijk door jagers worden ingevuld. Helaas is daar geen begeleidend onderzoek naar uitgevoerd. Dat is een gemiste kans. Ecologisch onderzoek aan de jonge Zweedse wolvenpopulatie kan van belang zijn voor het natuurbeheer in heel Europa. Sommigen stellen dat je een dergelijk onderzoek ook niet kan verwachten omdat de uitkomsten wel eens de belangen van de jagende elite zouden kunnen schaden. De belangengroep is groot en ruim verankert in hogere maatschappelijke posities en het is niet onmogelijk dat er, zelfs in het democratische Zweden, politieke consequenties aan worden verbonden. In Nederland is de jacht helemaal niet democratisch georganiseerd, het is handjeklap tussen enkele beperkte belangengroepen als jagers en boeren met natuurbeheerders als helers. Informatie krijg je mondjesmaat en is zelden verifieerbaar. We horen er alleen van als er nu en dan wordt gelekt en een enkele keer door een inbraak van een doorzettende journalist of een dierenpartij. Beter is voorlopig niet te verwachten.



© Stichting Kritisch Bosbeheer.





Bronnen
Ericsson, Göran & A. Thomas Heberlein, Jens Karlsson, Anders Bjärvall en Anders Lundvall. (2004): Support for hunting as a means of wolf Canis lupus population control in Sweden. Uitgever onbekend. Plaats van uitgave onbekend. Bladzijden: Tijdschrift: Wildlife Biology 10: 269-276.

Grimsö Wildlife Research Station (2010): Persoonlijk gesprek over het in het artikel besproken thema.

Kojola, I. & S. Ronkainen, A. Hakala, S. Heikkinen, S. Kokko (2004): Interactions between wolves Canis lupus and dogs C. familiaris in Finland. Uitgever onbekend. Plaats van uitgave onbekend. Bladzijden: Tijdschrift: Wildlife Biology 10: 101-105.

[1] Lardinois, Ruud (1995): De opmerkelijke terugkeer van de wolf. Nieuwe Wildernis. Dieren. pp: 14-23. De wilde wolf is in West-Europa bezig oude verlaten gebieden weer te herbezetten. Dit gebeurt vanuit de grote reservoirs van populaties in Oost-Europa en Rusland. Maar ook in en vanuit zuidelijke landen als Italië, Spanje en Frankrijk is een licht herstel merkbaar. Dit artikel geeft een actueel beeld van het huidige voorkomen van de wolf in Europa.

Promberger, Christoph, & Doris Hofer (1994): Managementplan für Wölfe in Brandeburg: Ein Managementplan für Wölfe in Brandenburg. Ministerium für Umwelt, Naturschutz und Raumplanung des Landes Brandenburg. Plaats van uitgave onbekend. Bladzijden: 116.
In diesen Teil werden die Grundlagen für den Wolf in Brandeburg (Situation om polnisch-deutschen Grenzgebiet, landschaftliche Voraussetzungen, begrenzende Faktoren, gesellschaftliche Bedingungen, rechtlicher Status) und das eigentliche Management (Ziele, Organisation und Maflnahmen, Stufenplan zur Umsetzung) beschrieben.




Toevoeging jacht op lynxen in Zweden
Het is werkelijk zeer merkwaardig hoe nieuws door de media gedoceerd en gestuurd kan worden. Stonden alle Europese kranten, bladen en tv-kanalen bol van de massale jacht van duizenden jagers op een paar wolven, iets dergelijks heeft zich afgelopen winter opnieuw voorgedaan, ditmaal op wilde lynxen, waarbij het in de media juist merkwaardig stil bleef. Geen enkel bericht hierover naar ons weten. Toch verliep deze jacht op precies dezelfde wijze als die op de wolven.

Uit het geschatte bestand van rond 2000 in het wild voorkomende lynxen in Zweden heeft de overheid afgelopen winter van 2009-2010 gemeend zo’n 200 dieren vrij te moeten geven voor de jacht. Zo’n 15.000 jagers mochten dit klusje klaren. Niet dat dat zo moeilijk is, want voor een simpele huishond klimt elke lynx subiet de eerste de beste boom in. Het blaffende beest maakt het dan voor de de jagers heel simpel om te lokaliseren waar het ingesloten dier zich bevind. Dan is het nog kinderlijk eenvoudig om het gewraakte dier uit de boom te schieten. Zo zijn er afgelopen winter precies 208 lynxen in Zweden om het leven gebracht.



Binnenkort zullen we op deze pagina één of meerdere videofilmpjes toevoegen waaruit zal blijken hoe zich de elandenjacht met behulp van honden afspeelt. Het principe van deze jachtmethode is in de paragraaf hierboven beschreven. In de praktijk is echter nooit precies te voorspellen hoe zoiets afloopt. Dat maakt het spel voor de jagers alleen maar boeiender. Vaak raakt een eland door een stel blaffende honden om zich heen geïrriteerd en gaat lopen. Hoewel de eland weinig van de honden zelf te vrezen heeft, het is eerder andersom, zal er toch geschoten moeten worden, want daar draait het allemaal om. Zodra de eland een van de jagers opmerkt - elanden ruiken dat al op grote afstand - zal hij al gauw proberen om uit te breken en te vluchten. De honden hoort u op de filmpjes soms wel, maar zijn niet altijd te zien.

PS: De beloofde filmpjes over wat de jacht feitelijk voor mogelijke consequenties voor de beschoten dieren kan hebben, gaan we bij nader inzien beter later en in een ander verband op deze website presenteren. Dit doen we omdat het niet eenvoudig is om aan ongecensureerde jachtbeelden te komen die dit handwerk weergeeft zoals het werkelijk kan zijn. Het is ons wel gelukt om beelden te bemachtigen, maar het zijn er zeker geen tientallen zodat we deze moeten doceren op plekken waar ze het best tot zijn recht komen. Wordt dus vervolgt.